Toetsing in het VO

Het eindexamen voortgezet onderwijs heeft in Nederland al een tamelijk lange traditie, die teruggaat tot de negentiende eeuw. In de jaren zestig en zeventig kreeg het zijn huidige vorm, waarbij schoolexamen (SE) en centraal examen (CE) even zwaar meewegen. Recente externe evaluaties van de OECD oordelen in zeer positieve termen over het Nederlandse onderwijsevaluatie-systeem. Toch is er ook kritiek op ‘een smalle kijk op onderwijskwaliteit’ en op negatieve gevolgen van toetsen en examens.

De onderzoekers gaan in deze literatuurstudie onder meer uit van de maatschappelijke functies van het onderwijs. Een veel gebruikte driedeling is die in kwalificatie, socialisatie en persoonlijkheidsontwikkeling.

3 Kritiekpunten

De kritiek op het examen richt zich in hoge mate op het centraal examen.

  1. In het centraal examen wordt veel te smal getoetst. Dit lezen we in het advies van de Onderwijsraad ‘Een smalle kijk op onderwijskwaliteit’ (2013). De Onderwijsraad vindt dat er eenzijdig accent ligt op cognitieve ontwikkeling, gericht op kwalificatie. Meer recht doen aan de andere functies van het onderwijs: socialisering en persoonlijkheidsvorming. Het Platform Onderwijs2032 (2016) deelt deze kritiek. Het pleit daarom voor afslanking van het cognitieve curriculum.
  2.  Er wordt teveel en te rigide getoetst. Gevolg: ‘teaching to the test’ en toetsstress bij leerlingen en leerkrachten.
  3. Gebrek aan flexibiliteit bij toetsen en examens. De VO-raad pleit daarom in 2018 voor meer flexibiliteit en maatwerk: meer examenmomenten en modulair examineren.

De onderzoekers plaatsen vraagtekens bij deze kritiek. Zo wijzen ze in het rapport op heikele punten zoals de examineerbaarheid van ‘soft skills’. Ook vestigen zij de aandacht op de sterke kanten van het bestaande stelsel.

Toetsen en examens zijn altijd beperkte en gebrekkige representaties van wenselijke onderwijsopbrengsten, zoals aangegeven in de doelstellingen

Dekt de eindtoets  de doelstelling?

Volgens de denklijn van ‘alignment’ is het volstrekt logisch dat het onderwijs zoveel mogelijk wordt
afgestemd op de doelstellingen, zowel algemene als geoperationaliseerde doelstellingen. Dit wordt alleen problematisch wanneer de eindtoets de doelstellingen niet goed afdekt. Bij een optimaal inhoudsvalide eindtoets kan toets voorbereiding als een legitieme vorm van ‘teaching to the test’ worden gezien.

Wijken onderwijsdoelen voor de toets?

De kritiek op examens en eindtoetsen vanuit de argumentatie van ‘versmalling’ van het curriculum en ‘teaching to the test’ wekt vaak de indruk dat de echt belangrijke doelen of functies van het onderwijs in de knel komen. Soms wordt er zelfs voor gepleit om de aansluiting tussen curriculumcomponenten juist kleiner te maken en bijvoorbeeld formatieve toetsen niet in lijn te brengen met de inhoud van eindtoetsen (vgl. Koretz, 2017).

De mogelijkheid dat eindtoetsen een goede inhoudsvaliditeit hebben lijkt al bij voorbaat van de hand gewezen te worden (ibid). Een andere lijn van argumentatie tegen curriculum alignment is het benadrukken van autonomie; verticale alignment moet het vaak zonder regie of directe coördinatie doen en komt tot stand door afstemming tussen losjes gekoppelde organisaties. De vraag is of er sprake is van een patstelling, tussen enerzijds een theoretisch/technologisch ideaal (‘alignment’) en anderzijds een ongeleid krachtenspel, waarin uiteindelijk modieuze invallen de dienst uitmaken

Stelselherziening

In het afsluitende hoofdstuk wordt beargumenteerd dat een verandering van het programma van
examens en eindtoetsen, die verder gaat dan een eenvoudig update, gezien moet worden als een
stelselherziening en dus ‘evidence based’ gefundeerd zou moeten zijn. In het inleidende deel van het hoofdstuk wordt uiteengezet dat aanpassing van examens en toetsen vanuit verschillende motieven overwogen wordt en dat het van groot belang is dat er vooraf tot helderheid gekomen wordt over de uiteindelijke ambities. Verder is aangegeven hoe de spanningsverhouding tussen standaardisatie en autonomie in het Nederlandse stelsel aanleiding geeft tot specifieke uitdagingen.


Lees:

het gehele rapport – van Oberon gefinancierd door het NRO

Posted by Redactie Onderwijscommunity