Samenwerking tussen sectoren

Op 1 april hebben de PO-Raad, VO-raad, MBO Raad, Vereniging Hogescholen en de VSNU de ontwikkelagenda: ‘Lerend onderwijs voor een lerend Nederland’ gepresenteerd. Een gezamenlijke agenda om te komen tot een effectieve kennisinfrastructuur voor het onderwijs.

In het onderwijs- en onderzoeksveld heeft elke sector zijn eigen taak en expertise. Waar de primaire taak van leraren in het po, vo en mbo het verzorgen van goed onderwijs is, hebben onderzoekers van hogescholen en universiteiten niet alleen de taak om goed onderzoek te doen, maar ook om daarmee maatschappelijke impact te hebben. Bij alle sectoren leeft de wens om via een kennisinfrastructuur hun kerntaken te verbinden en gezamenlijk te werken aan de versterking tussen onderwijs én onderzoek. Samenwerking tussen de sectoren, op basis van gelijkwaardigheid, is voor een versterkte kennisinfrastructuur essentieel.

De roep om een meer lerende cultuur in het onderwijs en de daarmee samenhangende ambitie om onderwijsonderzoek meer te benutten voor het verbeteren van de onderwijspraktijk is niet nieuw: in het onderwijswerkveld zijn steeds meer scholen bezig met kennisbenutting, en het vraagstuk staat al langere tijd op de politieke agenda (zie bijvoorbeeld de rapporten van de Commissie Dijsselbloem (2008), de Commissie De Graaf (2011) en het NRO onderzoeksprogramma 2016 – 2019).

Eensgezindheid

Het versterken van een kennisinfrastructuur is een bijzonder complexe opgave. Tegelijkertijd is er een opvallende eensgezindheid in de wens van leraren, schoolleiders, bestuurders, onderzoekers en beleidsmakers om onderwijs en onderzoek structureel met elkaar te verbinden om zo de kwaliteit van het onderwijs zo hoog mogelijk te houden en te innoveren. Dat is momentum waarvan gebruik kan worden gemaakt. Er kan voortgebouwd worden op bestaande initiatieven, zoals werkplaatsen onderwijsonderzoek en academsiche opleidingsscholen waarin wordt samengewerkt om het onderwijs kennisintensief te verbeteren.

Sectoroverstijgend belang

“De vijf sectorraden hebben overstijgend aan hun eigen belangen dit initiatief genomen ter verbetering van de kwaliteit van het onderwijs. Leraren kunnen hier het verschil in maken. Daarom moeten we onszelf de vraag stellen of wij ze wel voldoende hebben uitgerust om daadwerkelijk aan die kwaliteit te werken?”, aldus Nienke Meijer, bestuurslid van de Vereniging Hogescholen.

Anko van Hoepen, vicevoorzitter PO-Raad, benadrukte het belang van kennisdeling: “Er zijn zoveel goede initiatieven maar hoe organiseren wij nu dat die kennis beschikbaar komt voor iedereen? Op de juiste manier vertaald, zodat het in de dagelijkse lespraktijk toepasbaar is. Hier draagt de ontwikkeling van een kennisinfrastructuur aan bij.”

Bouwsessies

De sectorraden hebben in de periode oktober 2018 tot en met januari 2019 twaalf bijeenkomsten georganiseerd met stakeholders uit alle sectoren om de ervaren uitdagingen, wensen en goede voorbeelden ten aanzien van een kennisinfrastructuur voor het onderwijs zo goed mogelijk in kaart te brengen. Zes van deze bijeenkomsten waren op uitnodiging van organisaties zoals NRO, ResearchEd, SIA, Leiden Education Fieldlab, en zes bijeenkomsten werden door de sectorraden zelf georganiseerd. Tijdens deze laatstgenoemde sessies waren deelnemers uit alle sectoren vertegenwoordigd. De bijeenkomsten kregen de naam ‘bouwsessies’ omdat deelnemers werd gevraagd te bouwen aan concrete oplossingen die zij zagen voor een vijftal uitdagingen.

Vijf functies uit de ontwikkelagenda

De opstellers van het advies hebben de aandachtspunten voor succesvolle samenwerkingsverbanden en kenmerken van een lerende organisatie uit de literatuur samengevoegd met de opbrengsten uit de bouwsessies, en identificeren vijf functies van een kennisinfrastructuur. Een effectieve kennisinfrastructuur faciliteert:

  1. Vraagarticulatie
  2. Kenniscreatie
  3. Kennisorganisatie
  4. Kennisdeling
  5. Kennisbenutting

In de ontwikkelagenda voor een kennisinfrastructuur, wordt geschetst wat er nodig is om deze
functies te versterken, en wat er voor nodig is om de functies beter op elkaar af
te stemmen.

Hoe verder

Sinds de ondertekening van de intentieverklaring hebben de gezamenlijke sectorraden veel input opgehaald. Op basis daarvan is er meer zicht op de manier waarop en voorwaarden waaronder onderwijs en onderzoek in een overkoepelende infrastructuur elkaar kunnen versterken.

Tegelijkertijd is er nog veel inzet nodig om daadwerkelijk tot een landelijke infrastructuur te komen. Daarom stellen de sectorraden in de ontwikkelagenda voor te beginnen met het instellen van een landelijke werkgroep ‘kennisinfrastructuur voor het onderwijs’, die concreet invulling kan geven aan de voorstellen in deze ontwikkelagenda. Deze werkgroep geeft verder invulling aan het versterken van de kennisinfrastructuur en betrekt daarbij verschillende relevante partijen.

De opdracht om twee mogelijke structurele onderdelen van een landelijke kennisinfrastructuur te verkennen: een landelijk kennisnetwerk en regionale R&D-netwerken. De werkgroep levert naar aanleiding van deze verkenning een advies op aan de sectorraden en het Ministerie van OCW, waarin uiteen wordt gezet hoe aan deze structurele onderdelen concreet invulling
wordt gegeven, inclusief concrete werk- en financieringsplannen.

Parallel aan deze verkenning door de landelijke werkgroep gaan de sectorraden verder met het in gang zetten van specifieke activiteiten die deel uit kunnen gaan maken van die structurele onderdelen van de kennisinfrastructuur. Deze activiteiten worden in het rapport toegelicht.

 


Meer lezen

Lees het hele rapport hier.

Meer over de opvolging lees je in het rapport ‘Slimme Verbindingen’.

Posted by Redactie