Vmbo-scholen en mbo-instellingen weten elkaar beter te vinden bij doorlopende leerroutes en de regionale arbeidsvraag.

Verslag voortgang sterk beroepsonderwijs

Van een bestendige uitwisseling is echter nog niet echt sprake, concluderen ministers Engelshoven en Slob in een brief aan de Tweede Kamer. Een verslag van de voortgang van het ingezette programma sterk beroepsonderwijs. Met drie actielijnen waarop wordt ingezet.

Samenwerking MBO en bedrijfsleven

De noodzaak van samenwerking is evident. Doorlopende leerroute’s zijn echter nog slechts in beperkte mate gebruikelijk, stellen de bewindsvoerders. Demografische ontwikkelingen en een veranderende arbeidsmarkt maken de noodzaak van heldere keuzes nog urgenter.  Samenwerking met MBO en het bedrijfsleven in de regio ligt dus voor de hand om gezamenlijk de maatschappelijke opdracht voor ogen te houden.

3 Actielijnen

Om deze ambities te bereiken heeft het ministerie met het programma sterk beroepsonderwijs ingezet op een gezamenlijke verantwoordelijkheid voor de totstandkoming van een toekomstbestendig, gevarieerd en aantrekkelijk aanbod van beroepsonderwijs in de regio.

1. Netwerkvorming stimuleren

Eventuele samenwerking is nog te vaak afhankelijk van bevlogen personen. Duurzame samenwerking is nog beperkt, stelt de minister. In 2019 en 2020 willen ze dan ook vanuit het programma stevig inzetten op het aanjagen van netwerkvorming en het zorgen voor beweging in verschillende sectoren. In diverse techniekregio’s zijn concrete afspraken gemaakt om vmbo-mbo te versterken, door doorlopende leerroutes in te richten of gezamenlijk vakken te ontwikkelen en aan te bieden.

 

Techniekonderwijs als vliegwiel voor andere richtingen?

 

Kwaliteitsafspraken in het mbo en via het Regionaal Investeringsfonds stimuleren verdere samenwerking met de toeleverende scholen langs andere weg. Dit heeft reeds plaats, met verdergaande samenwerkingsverbanden tot gevolg.

2. Wettelijke ruimte voor doorlopende leerroutes vmbo-mbo

Een nieuw wetsvoorstel is in de maak. Deze moet de wettelijke ruimte vergroten om lesprogramma’s op elkaar af te stemmen en of gezamenlijk aan te bieden. Tevens is er een handreiking voor de praktische uitwerking van verschillende mogelijkheden, zowel inhoudelijk als financieel. Deze formats voorkomen dat scholen zelf telkens het wiel uit moeten vinden. Daarnaast voorziet het wetsvoorstel in een wettelijk kader voor een leerlijn vanaf de pro-scholen naar het mbo met een zogenaamde entree-opleiding.

3. Een nieuwe leerweg in het vmbo

De gemende en theoretische leerwegen (GTL) van het vmbo worden samengebracht in één nieuwe leerweg. Begin 2019 heeft de VO-raad samen met Platform-TL, Stichting Platforms VMBO (SPV) en Stichting Leerplan Ontwikkeling (SLO) advies uitgebracht. In het advies wordt de noodzaak van het samenvoegen van de leerwegen bevestigd. Vmbo’ers worden zo beter voorbereid op het vervolgonderwijs – mbo en havo – en jongeren in alle leerwegen volgen dan praktijkgericht onderwijs. Men streeft naar een meer ambitieus curriculum, waarbinnen ‘de jongeren de praktijkgerichte vaardigheden moeten aanleren binnen realistische praktijkgerichte of beroepsgerichte contexten en opdrachten’. Binnen de nieuwe wet zal meer bewegingsruimte zijn voor een precieze invulling door scholen. De komende maanden wordt daarvoor een kader uitgewerkt waaraan de praktijkgerichte component dient te voldoen.

Autonomie en verantwoordelijkheid

De autonomie van scholen en instellingen is een belangrijke pijler van ons stelsel. Deze autonomie brengt echter ook een belangrijke verantwoordelijkheid met zich mee: de maatschappelijke en gezamenlijke opgave om het beroepsonderwijs te versterken. Dit vraagt om bereidheid om in sommige gevallen over de eigen schaduw heen te stappen. De kracht van de onderwijsketen wordt immers bepaald door de mate waarin we met elkaar het onderwijs weten te verbeteren.


Voor de hele brief aan de Kamer, lees hier

 

 

Posted by Redactie Onderwijscommunity