Mijn Idee voor Onderwijs is een serie avonden in debatcentrum De Balie in Amsterdam die tussen 2015 en 2018 hebben plaatsgevonden. De reeks staat in het teken van de vraag: Waartoe dient onderwijs?

Elke aflevering biedt een gastspreker – ervaren denkers en doeners – ruim de tijd om zijn of haar visie op het Nederlandse onderwijs te geven door middel van een lezing. Daarna is er kort de tijd voor enkele vragen uit het publiek. Sprekers die in video’s onder meer voorbijkomen zijn: Gert Biesta, Edith Hooge, Annet van Valkengoed, Iliass el Hadioui, Joseph Kessels, Jelmer Evers en vele anderen…

In deze eerste aflevering geeft Jelmer Evers, de enige Nederlandse kandidaat voor de allereerste Global Teacher Prize, antwoord op deze vraag. Leraar en auteur Evers pleit voor meer ruimte voor de leraar. Flipping the system, evidence informed, zodat niet beleidsnotities en toetsen leidend zijn maar de liefde voor het vak van de leraar en de leerling als persoon in ontwikkeling.

Leerlingen, ouders, docenten, schoolleiders en beleidsmakers worden dagelijks geconfronteerd met de grenzen van het systeem. Grenzen die belemmeringen opwerpen voor persoonlijke en collectieve ontwikkeling. Lang niet alles moet anders, integendeel. 150 jaar onderwijsontwikkeling heeft heel veel goeds opgeleverd.

De moderne tijd vraagt wel om een nieuw fundament

Een fundament dat ons in staat stelt opnieuw naar de wereld in het klein en in het groot te kijken. Een fundament dat leerlingen een stevigere bodem biedt om op te groeien. Dat hen voorbereidt op een wereld in permanente verandering.

Evers begint zijn betoog met een greep uit de vele kreten die continu opduiken in onderwijsland en dan een tijdje ‘hot’ zijn. De zoveelste trend waar men dan weer achteraan loopt in feite. Zelf probeert hij weg te blijven van de boude beweringen en omarmt hij twijfel juist als een insteek waarmee hij met een open geest de onderwijspraktijk en diens nukken benadert en hoopt tot nuance te komen.

Evidence based versus informed

Uit eigen ervaring maant Evers tot voorzichtigheid met evidence based redeneren. Maar al te vaak en te makkelijk zijn onderzoeksresultaten leidend voor implementatie van nieuw beleid en methoden of juist voor het verwerpen ervan. Vooral van hoger hand beroept men zich graag op zulke cijfers. Vaak, stelt Evers, gelden op micro-niveau echter wetten die niet perse meewegen of naar voren komen in een onderzoek met bijvoorbeeld andere variabelen. Zo spelen in de rol tussen leerling en docent allerlei persoonlijke factoren een rol die conclusies uit onderzoeken heel betrekkelijk maken.De relatie maakt het verschil in de praktijk, concludeert Evers. De relatie tussen leerlingen onderling en die met de docent.

Pleidooi tegen platitudes

Evers haalt verschillende voorbeelden aan uit eigen praktijk van hoe variabelen uiteindelijk de uitkomst bepalen. Het is zo makkelijk om grote uitspraken te doen of aan te hangen. Liever zoekt hij de nuance van het moment en zoekt hij daarin naar een juiste samenhang in het proces. Wat de ene keer werkt, geldt niet perse op een later moment of voor een andere leerling of groep. Of kan wel werken maar dan in combinatie met een bepaalde techniek of benadering. Evers kwam tot de bevinding dat veel afhangt van het enthousiasme en de betrokkenheid van de leraar die met de leerling werkt.

Flipping the system

Evers constateert dat de rol van de leraar juist is ondergesneeuwd de laatste jaren. In een systeem waar onderzoeken en cijfers leidend zijn geworden voor bijvoorbeeld een SLO die haar beleid daarop baseert, is steeds meer initiatief weggehaald bij de individuele leraar en de school zelf die van dag tot dag met de leerlingen werken. Indirect is de mentaliteit die in feite een soort kadaverdiscipline propageert en van bovenaf oplegt niet een goed voorbeeld voor de leerling die de burger van morgen is. Feitelijk staat het haaks op de idee van zelfstandige, flexibel denkende burger die je in de maatschappij wilt zetten. Het ondermijnd juist het belang van persoonsvorming.

Gevaar van logaritmes zonder ethiek

Evers vervolgt met een uitstapje naar de veranderende wereldorde. Historisch gezien gaan we een nieuw tijdperk in. Geopolitiek zowel als economisch-technisch gezien staan we op de drempel van een nieuwe tijd. De uitdagingen waar het onderwijs voor staat kunnen we niet los zien van de nieuwe mens die zich in die wereld staande moet houden maar die ook vormgever is. Als de nadruk te veel op het doorgeven van kennis komt te liggen en op cijfers, raak je de persoon kwijt die verantwoorde keuzes kan maken aan de hand van die kennis. Juist in een geautomatiseerde wereld zijn ethische afwegingen onmisbaar. Hij ontleent dit denkraam dankbaar aan Biestra om het belang van persoonsontwikkeling te onderstrepen. En de invulling van het leraarschap om deze tendens vorm te geven.

Vertrouwen en gerede twijfel

Al met al bepleit de leraar Evers met twaalf jaar ervaring een openheid van geest om alle tendensen tegemoet te treden. Juist vanuit de liefde voor het vak en gezekerd door jaren ervaring durft hij te twijfelen om tot de kern van een kwestie door te dringen. Hij omarmt de techniek waar die het proces en dus de leerling-leraar relatie ten goede komt. Dat is voor hem leidend. Hij stelt vertrouwen in die leerling maar ook in de maatschappij als geheel om de haar gestelde uitdagingen het hoofd te bieden. Zo ook de recentelijke houding ten op zichtte van het toetsen, waarbij steeds meer de behoefte van het kind leidend blijkt. En de leraar die deze leerling het best weet te bereiken en enthousiasmeren. Met de ambitie om te verbeteren.

Posted by Redactie