Waar zou het onderwijs voor moeten staan?

Gaat het in onderwijs om leren? Gaat het in het onderwijs om ontwikkelen? Of gaat het om vormen?  In een boeiend betoog schetst Biestra de noodzaak kleur te bekennen in en met het onderwijs. Om kinderen te helpen volwassen in de wereld te komen; te vormen tot de mens die vanuit intrinsieke motivatie verantwoordelijkheid neemt voor zijn omgeving in tegenstelling tot hij die zijn eigen wensen als referentiepunt neemt. Een volwassenheid die hen vaak al eigen is.

If you stand for nothing, you fall for anything. – Engels spreekwoord

Dienaar van twee meesters

Biestra haalt deze klassieke komedie van Goldoni aan om het spanningsveld te schetsen dat zich voordoet in het hart van het onderwijs. Enerzijds kan men de school kenmerken als van en voor de samenleving. Zo heeft de samenleving een verwachting van de school met de waarborg van educatie. En daar worden resultaten geproduceerd. Anderzijds laat de school zich kenmerken, als die plaats tussen thuis en straat – in zijn hoedanigheid als oefenplaats – waar nog niet geproduceerd hoeft te worden. Goed onderwijs, stelt Biestra, weet beide meesters te bedienen. Een keuze vóór het kind is niet per se tegen de samenleving.

De vraag is of je met het produceren van toetsresultaten ook goed onderwijs realiseert.

Probleem in de huidige tijd is dat het belang van de samenleving met de nadruk om resultaatgerichte, toetsbare efficiëntie de boventoon voert in de onderwijsdiscussie en het beleid. Waar zou het onderwijs voor moeten staan is dan de belangrijke vraag. Als je niet weet waar je voor staat kun je je overal in verliezen.

Helpen het kind en de jongere de wereld te laten komen

Biestra ziet onderwijs bovenal als een proces waarin een ontmoeting plaatsheeft tussen het kind/ de jongere en de wereld. Waarbij die wereld een eigenstandigheid heeft zowel fysiek als sociaal. Zo komt het kind dus geleidelijk aan tot wasdom met en in interactie met die wereldse vormen.  Hij geeft dan ook de voorkeur aan de term vormen om recht te doen aan de complexiteit van het proces. Het vinden van je plek in en met de wereld. Het is dus voor hem niet kind gericht (ontwikkeling) of stof gericht (leren) maar wereld gericht onderwijs.

Duurzame ingrediënten

Waar we naar op zoek zijn in dit onderwijs is een bevrijding van jezelf als referentiepunt. Van een egologisch (een vorm van denken die het ego, het op zich staande ‘ik’, centraal stelt) naar een volwassen mensbeeld. Een volwassenheid die oog heeft voor de ander en in zichzelf als verbindend met die ander. Biestra schetst hier de noodzaak af te komen van een overwegend door economie gedreven onderwijs. Vraagstukken als democratie, ecologie en zorg zullen prominent blijken en dient men  mee te nemen als referentiepunten voor het onderwijs.

Kwalificatie is niet het enige dat telt

Als het onderwijs als oefenplaats wordt benaderd, brengt dat hele specifieke noties over dat onderwijs in het speelveld. Dat je de ruimte schept waarbinnen kinderen aan hun verlangens kunnen werken en aan de vraag of dat wat ze wensen wenselijk is. Dat ze de ruimte krijgen om een perspectief op hun eigen handelen te ontwikkelen en niet gevangen blijven binnen hun impulsen en verlangens. Dat ze worden uitgedaagd om meer anders en beter te zijn. Onderwijs van en voor de toekomst dient balans te blijven zoeken tussen de drie doeldomeinen van het onderwijs; kwalificatie, socialisatie en subjectivering. (de zaak, de traditie, de persoon) Het gaat er dan om het verlangen te wekken op een volwassen manier in de wereld te willen zijn.

 


 

 

Posted by Redactie Onderwijscommunity