De inspecteur van onderwijs geeft zijn visie op de huidige stand van zaken. Wat zijn gelijke kansen in een wereld die door zoveel verschillen worden getekend?

Forse  toename kansenongelijkheid is echt onverteerbaar

Het is op zich een probleem van alle tijden, de relatie tussen het ouderlijk opleidingsniveau en onderwijsachterstanden. Wat kan het onderwijs doen om te corrigeren? Is dit de taak van de overheid? Aan de hand van cijfers en diagrammen schets Jonk de stand van zaken.

Hoewel gelijke kansen zeker een kerndoel van de inspectie van onderwijs is, merkt Jonker op dat het er in de maatschappelijke discussie nauwelijks over gaat. Terwijl de kwestie zeker meer prioriteit zou moeten hebben. Hij wijt de geringe aandacht aan twee zaken. Enerzijds een bepaald dedain over de hele linie van de maatschappij.

We denken in Nederland dat we het goed geregeld hebben

Daardoor hebben we niet goed inzicht in ongelijkheid. Als voorbeeld haalt hij het CPB aan. In hun rekenmodel om de gevolgen van het leenstelsel in te schatten was het mbo weggelaten, verreweg de grootste groep studenten. Anderzijds wordt de discussie maar al te vaak gekaapt wordt door andere onderwerpen, zoals de machtsverhouding binnen het onderwijsveld. Zo kreeg ‘Het Alternatief’ – over de afrekencultuur in het onderwijs – alle aandacht, waar ‘Superschool’, een succesnummer over een achterstandsschool nauwelijks opgemerkt werd.

In het curriculum 2032 zagen we eenzelfde verschijnsel. De discussie ging uiteindelijk meer over wie het voor het zeggen heeft en waarom, meer over waar de macht lag dan over de inhoud. Hij haalt Schotland, Denemarken en België aan als landen waar de kansenongelijkheid wel beter op de kaart staat.

Hordenrace met ongelijke horden

Jonker onderschrijft dat ongelijkheid van alle tijden is en niet geheel uit te bannen. Het betreft een complex patroon met vele factoren dat zich niet eenvoudig laat vangen. De vergelijking van een moeilijke start gaat niet op. Het is meer als een extra last die men meezeult en die door het hele traject speelt. Tevens past het in een internationale trend en is het niet alleen onderwijsgerelateerd. Zoals ook blijkt uit een net verschenen Unicef rapport, dat een grotere ongelijkheid laat zien op gezondheidsterrein. Jonker stipt een aantal punten aan, die volgens hem spelen;

  • De complexe structuur van het Nederlandse scholingssysteem; De vele vertakkingen en mogelijkheden binnen het systeem zijn zeker een kracht en uniek in de wereld. Keerzijde is wel dat het systeem wel 3 of 4 overstapmomenten kent waar juist kwetsbare kinderen aantoonbaar meer hinder van hebben.
  • Het gemankeerde zelfbeeld door die frequente toetsingsmomenten. Er gaat een zelf-bevestigende werking uit van die herhaalde niveauverdeling, van het niet-kunnen.
  • Zwakke plekken in het systeem; in kansarme wijken stapelen de maatschappelijke problemen zich juist, hetgeen zijn weerslag heeft op scholen. Met bijvoorbeeld een hoog verloop van docenten en onderbezetting tot gevolg.
  • Financiering

Acces without support is not opportunity – Vincent Tinto

Het betreft duidelijk een lange termijn problematiek zonder snelle oplossingen. Wel noemt Jonker de brede school als mogelijkheid om de kloof te dichten. En stelt hij vast dat de overgang van mbo en hbo meer aandacht verdiend. Daar is nu te weinig geslaagde doorstroom. Daar ligt dus een verantwoordelijkheid bij het onderwijssysteem om betere begeleiding te bieden.

Posted by Redactie