Samenwerking van groot belang 

 

Leerkrachten uit het basisonderwijs en ouders van wie de kinderen op het voortgezet onderwijs zitten geven vaak aan dat er nog een wereld te winnen is als het gaat om ouderbetrokkenheid. Er wordt geroepen dat er wordt samengewerkt tussen de school, de leerling en de ouders, maar in de praktijk blijkt dit anders te zijn. Ouders worden vooral geïnformeerd over alles, er wordt van ze verwacht dat ze hun kinderen thuis kunnen ondersteunen met het huiswerk en dat ze een oogje in het zeil houden op Magister. Maar al deze zaken hoeven nog niet te resulteren in ouderbetrokkenheid. Dit artikel zal ingaan op enkele misverstanden over ouderbetrokkenheid. Daarvoor wordt er gekeken wat ouderbetrokkenheid precies is.

 

Wat is ouderbetrokkenheid?

Er wordt onderscheid gemaakt tussen ouderbetrokkenheid, ouderparticipatie en ouderverantwoordelijkheid.

  • Ouderbetrokkenheid: het daadwerkelijk samenwerken met ouders.
  • Ouderparticipatie: ouders helpen mee op school. Bijvoorbeeld wanneer ouders als chauffeur meerijden naar een excursie of wanneer zij deelnemen in de medezeggenschapsraad. 
  • Ouderverantwoordelijkheid: de verantwoordelijkheid die ouders dragen voor hun kind. De verantwoordelijkheid neemt meer af naarmate het kind zelfstandiger wordt.

Uit onderzoeken blijkt dat veel docenten in het voortgezet onderwijs ouderbetrokkenheid als iets beschouwen voor het basisonderwijs (Lusse & Willemse, 2018). Het voortgezet onderwijs streeft ernaar de ouderverantwoordelijkheid te verminderen. Maar de ouderbetrokkenheid dient toe te nemen. De samenwerking met alle ouders is namelijk van groot belang. 

werk effectief en efficiënt samen om de leerling steeds meer verantwoordelijkheid over zijn eigen ontwikkeling te geven, om hem tot een zelfverantwoordelijke burger te vormen.                                                                 Peter de Vries, expert ouderbetrokkenheid

Enkele misverstanden over ouderbetrokkenheid

 

Ouders worden goed geïnformeerd

Ouderbetrokkenheid gaat verder dan het uitwisselen van informatie. Daarom is het van belang om te kijken welke manieren van ouderbetrokkenheid positieve effecten laten zien bij leerlingen op de middelbare school. Uit onderzoek blijkt dat ouderbetrokkenheid een positieve invloed heeft op de leeftijdsgroep van twaalf tot achttien jaar. Het gaat om aspecten zoals wiskunde- en taalprestaties, maar ook om niet-cognitieve aspecten, zoals motivatie, zelfstandigheid, spijbelen en zelfbeeld. Hierbij gaat het vooral om de thuisbetrokkenheid van ouders.

Daarom heeft de docent een faciliterende rol als het gaat om thuisbetrokkenheid. Hoe ga je om met Magister? Heeft de docent voldoende kennis over ontwikkelingspsychologie van kinderen in relatie tot ouders? En welke invloed hebben ouders op de ontwikkeling van hun kind? Verder blijkt uit onderzoek dat het van belang is dat docenten zich kunnen inleven in beroepen waar ouders mee in contact kunnen komen tijdens schoolperiode van hun kind. Daarom is het belangrijk dat docenten tijdens hun opleiding meelopen met een maatschappelijk werker of een schoolpsycholoog, zodat de samenwerking met ouders verbeterd kan worden. 

 

Leraren zijn er om les te geven

Het is bekend dat een docent naast didactische vaardigheden ook pedagogische vaardigheden nodig heeft om leerlingen te begeleiden en te begrijpen. Om dit zo goed mogelijk te doen is het van belang om de leerling in zijn totale context te begrijpen, dus ook in de thuiscontext. Centraal hierin staat niet zozeer de betrokkenheid van ouders, maar de betrokkenheid van de docent voor ouders. Door goede samenwerking en goed contact wordt de leerling beter begrepen en kan de leerling beter gestimuleerd en gemotiveerd worden. 

 

Ouders moeten onderwijsprofessionals vertrouwen

“Er moet een halt worden toegeroepen aan ouders die menen alles beter te weten dan de school, betoogt schoolleider Titia Wittenberg. (…) … de toenemende juridisering van het onderwijs is een feit.’ Uiteraard is het van belang dat docenten erkend worden en dat men vertrouwen heeft in hun vakmanschap. Maar vertrouwen is niet af te dwingen, wel te winnen. De docent speelt eenmaal een belangrijke rol in een soms ingewikkeld ontwikkelingsproces van een kind. Dat vraagt niet alleen om vertrouwen, maar vooral het geven van vertrouwen: betrouwbaarheid en zelfvertrouwen van de docent, zoals men dat ook van een arts verwacht. Een docent die vanuit zijn vakkennis ouders weet te overtuigen, zijn afspraken nakomt en altijd respectvol met ouders omgaat. Professioneel gedrag vergroot niet alleen het vertrouwen, maar draagt ook bij aan het imago van de school.

 

Ouderbetrokkenheid neemt te veel tijd in beslag

Het lijkt alsof het onderwijs altijd tijd tekort komt en dan zou er al helemaal geen tijd over kunnen zijn voor ouderbetrokkenheid. Toch hebben we gelezen dat het erg belangrijk is. Daarom is het afbakenen van taken van belang. Hierin is de mentor de eerste verantwoordelijke die contact heeft met alle ouders en de klas. Daarnaast is het naast efficiënt samenwerken, ook belangrijk om effectief  samen te werken. Zo blijkt uit onderzoek dat het voeren van startgesprekken aan het begin van het schooljaar een positieve invloed heeft. Informatiebijeenkomsten zouden online gegeven kunnen worden en tienminutengesprekken zouden meer op maat gevoerd kunnen worden. Wellicht leidt dat tot minder werkstress en minder werkdruk. 

 

Conclusie

Uit bovenstaande misverstanden kan de conclusie getrokken worden dat ouderbetrokkenheid wel degelijk een positief verschil maakt in het voortgezet onderwijs. Het heeft invloed op de ontwikkeling van de leerling. Ouderbetrokkenheid vraagt om een actieve houding van docenten: het faciliteren van kennis, het geven van vertrouwen en het zoeken naar niet alleen efficiënte vormen, maar ook effectieve vormen.


Bron: Wij-leren.nl

 

 

Posted by Redactie Onderwijscommunity