Kinderbrein in ontwikkeling

Leren is iets anders dan het downloaden van informatie. Kennis verwerven en betekenis geven is een proces van proberen, experimenteren en corrigeren, van herkauwen en verteren, en dit gebeurt deels offline, zonder dat we het beseffen. Ook al lijken leerlingen buiten het klaslokaal minder gericht op leren, toch levert buitenspel en buitenles, als afwisseling op het leren in de klas, voor het proces van het lerende brein veel op. Veel meer dan we doorgaans beseffen.

De ontwikkeling van motoriek en cognitie is bij basisschoolleerlingen nauw verweven. Beweging stimuleert de fysiologie van de hersenen om te ontwikkelen. Fysiek spel verbetert het ruimtelijk inzicht, de executieve vaardigheden en de werkhouding. Een beter lichaamsgevoel helpt leerlingen beter denken.

Lucht en vrij spel

Al die voordelen worden nog eens versterkt doordat buitenlucht meer zuurstof en aanzienlijk minder kooldioxide bevat, en daardoor verkwikt en de aandacht scherpt. Los daarvan levert een groene omgeving een extra stimulans voor aandacht, incubatie en cognitieve ontwikkeling. Een groene omgeving verrijkt zowel bij jongens als meisjes het vrije spel. Gerichte activiteiten op het schoolplein dragen, met name bij jongens, ook bij aan hun exploratieve spel. Na buitenlessen rennen en klimmen zij meer, gedurende de dag.

Voor de meeste van deze effecten is uitgebreid en overtuigend bewijs. Dat leerlingen op Nederlandse scholen, in tegenstelling tot die in bijvoorbeeld Scandinavië, Engeland en Amerika zoveel stilzitten is in strijd met wetenschappelijke inzichten en is vooral een kwestie van traditie.

tot zover, ter inleiding wetenschapsjournalist Mark Mieras: conclusie uit Buitentijd = Leertijd

Leren ? Hoe leer je dat?

Overdenkingen bij een lezing

Nadat ik een lezing van Mark Mieras bijwoonde over de werking van het brein werd ik aan het denken gezet. Hoe kunnen we kinderen ondersteunen bij het leren? En hoe reageer ik eigenlijk zelf op leermomenten. Ik neem je mee in de werking van het brein in een notendop en hoe ik die lessen vertaal naar de praktijk.

Het lerende brein

Allereerst is leren ongemakkelijk. Je hersencellen maken nieuwe verbindingen aan als je iets nieuws probeert. Het klinkt als een open deur maar: ‘Je doet het voor het eerst dus, maak je waarschijnlijk de eerste keer een foutje.’ Je maakt een inschatting van hoe iets zal gaan en probeert daarop in te spelen. Vervolgens stel je die verwachting bij en reageer je alweer anders. Dat is precies wat leren is; ‘Een proces waar verwachting en verrassing elkaar opvolgen.’ Dus durf je te vergissen en streef niet naar perfectie want pas dan krijgen je hersenen de ruimte om te leren.

Dus durf je te vergissen en streef niet naar perfectie want pas dan krijgen je hersenen de ruimte om te leren.

Hoe vertaalt zich dit naar de praktijk? Mark Mieras vertelde over een jongetje dat vroeg: ‘Als ik fouten mag maken, waarom zet de juf er dan een streep doorheen?’ Ai! Die schuurt best wel een beetje toch? Dat leidt mij tot het volgende onderwerp dat ik wil bespreken. Hoe kunnen we kinderen stimuleren om fouten te durven maken, om tot leren te komen?

Kinderen ondersteunen bij het leren

het lerende brein; leren? hoe leer je dat? Het eerste tovermiddel is ‘plezier’. Wanneer kinderen plezier hebben en spelen, ontdekken zij vanuit hun nieuwsgierigheid en proberen ze nieuwe dingen uit. Hierbij komt meteen het tweede tovermiddel om de hoek kijken: vertrouwen. Kinderen hebben vertrouwen van ons nodig maar ook in zichzelf. Wanneer wij hen meer durven los te laten, krijgen zij de kans om te leren. Minder loslaten leidt tot externe beheersoriëntatie met een trage ontwikkeling als gevolg.

Alles nog even op een rijtje:

  • durf te falen,
  • heb vertrouwen in jezelf en in je kind,
  • durf nieuwsgierig te zijn,
  • maak plezier,
  • durf je over te geven,
  • beweeg en maak muziek.

In de praktijk; wat doen wij zelf?

Het lerende brein; gebaat bij beweging en spelplezier

Maar wat laat ik nu eigenlijk zelf van dit proces zien aan mijn kinderen? Mijn zoontje vroeg mij laatst waarom ik eigenlijk nog een pianoleraar nodig had. ‘Jij kan toch alles al?’ Zijn vraag spoorde mij aan om meer te oefenen op de piano in zijn bijzijn. Ik wil hem laten zien hoe ik soms moet doorzetten als me iets niet in een keer lukt, dat dat soms frustrerend is en hoe blij ik uiteindelijk ben als ik weer een stapje verder ben gekomen met mijn muziekstuk.

Ik sluit vandaag af met een vraag die mij werd gesteld toen ik de zaal uitwandelde. ‘Wat ga jij hier morgen mee doen?’ Laat het weten in een reactie hieronder. Zo inspireren we elkaar!


Hieronder nog wat nuttige materialen die mooi op dit onderwerp aansluiten:


Lees ook:

Mark Mieras; Buitentijd = Leertijd

Posted by Rianne van der Niet