Meertaligheid in het basisonderwijs

Leraren in het basisonderwijs spelen een belangrijke rol in het leven van hun leerlingen, zo ook in de ontwikkeling van taal. Voor de master Management of Cultural Diversity doen Renate Klijnstra en Ruben Westrik onderzoek naar de overtuigingen en houding van basisschooldocenten tegenover tweetaligheid in het onderwijs.

Sinds de Tweede Wereldoorlog is de etnische samenstelling van de Nederlandse samenleving sterk veranderd (Jennissen et al., 2018). In de eerste jaren na de oorlog werd vooral een sterke toestroom van groepen uit voornamelijk Indonesië, Suriname, de Nederlandse Antillen, Turkije en Marokko. De toestroom is echter sterk veranderd. Onderzoek van Jennissen, Engbersen, Bokhorst en Bovens (2018) laat zien dat op dit moment 223 verschillende etnische groepen vertegenwoordigd zijn in Nederland.

Noodzaak om te integreren kalft af

Naast een veranderende samenstelling van de bevolking maken technische veranderingen en een vorderende globalisering ook dat de manier van integreren verandert. Het is goedkoper om naar het land van herkomst te reizen en ook communicatie met mensen in het land van herkomst is makkelijker. De Mooij, Dieleman en De Regt (2020), tonen aan dat de noodzaak om te integreren hierdoor steeds minder aanwezig is. Daarnaast laten deze onderzoekers zien dat beleid verandert, namelijk van een beleid gericht op integratie naar een beleid gericht op participatie.

Deze veranderingen maken dat het minder nodig is om zich aan te passen aan de dominante cultuur in Nederland. Etnische normen en de moedertaal blijven zodoende meer en meer behouden. Dit wordt ook wel de transitie naar een superdiverse cultuur genoemd. Kroon en Vallen (2000) beschrijven dat dit een grote impact heeft op taalgebruik in het onderwijs. Nieuwe methodes worden toegepast op basisscholen om in te spelen op de heterogeniteit van de leerlingen. Wetenschappers als Kroon en Vallen (2000) beschrijven dat deze methoden, ontworpen om in te spelen op de groeiende heterogeniteit, nog weinig belovend zijn.

Praktijk staat haaks op Europees beleid

Leerlingen met een migratieachtergrond presteren doorgaans beter dan hun ouders deden. Evenwel lopen deze leerlingen nog steeds achter op leeftijdsgenootjes zonder migratieachtergrond.

Onderzoek van Stevens, Clycq, Timmerman & Van Houtte (2011) toont daarnaast aan dat leerlingen in klassen met een hoog aantal leerlingen met een migratieachtergrond cognitief minder goed presteren dan leerlingen in klassen met een klein aantal leerlingen met een migratieachtergrond.

Hoe kunnen deze jongens en meisjes eigenaar worden van de schoolculturele ladder?

Iliass el Hadioui

Het minder goed presteren in de klas van leerlingen met een migratieachtergrond, lijkt geen logisch gevolg van het Europese taalbeleid dat gericht is op het stimuleren van taaldiversiteit en het promoten van kennis over taal (Extra & Yagmur, 2012). De Europese Unie heeft met de Raad van Barcelona in 2002 als doel gesteld dat het taalonderwijs verbeterd moet worden en het leren van extra talen vanaf een vroege leeftijd gestimuleerd moet worden. De redenen hiervoor zijn behoud van culturele identiteit en sociale integratie, maar ook omdat meertalige burgers meer succes lijken te hebben op school en in hun verdere carrière (Stevens, Clycq, Timmerman & Van Houtte, 2011).

Ontwikkeling moedertaal verbetert welbevinden

Het behouden en verbeteren van de moedertaal wordt gezien als bijdrage aan de ontwikkeling van identiteit en bijdrage aan het succes in de ontwikkeling van de carrière (ibid.). Nishanthi (2020) beschrijft bijvoorbeeld dat cognitieve ontwikkeling verbetert en mogelijk sneller gaat wanneer kinderen effectief gebruik kunnen maken van hun moedertaal. Ook beschrijft hij dat deze leerlingen beter mee kunnen komen op school en een verhoogd welbevinden laten zien.

Overtuigingen van docenten

In de praktijk lijkt tweetaligheid in het onderwijs echter niet toegepast zoals zou moeten. Kroon en Vallen (2000) beschrijven dat dit komt omdat er een groot verschil bestaat tussen wat onderzoekers en beleidsmakers beschrijven en wat er in de klas gebeurt. Dit verschil wordt vaak toegeschreven aan de verschillende omgevingen waarin gewerkt wordt: een beleidsklimaat en een schoolklimaat.

Leraren zijn hierin een belangrijke factor. Zij stimuleren of ontmoedigen taalgebruik en onderhoud in de klas, vaak gebaseerd op hun overtuigingen, meningen, persoonlijke ervaringen en kennis. Leraren hebben hierdoor grote pedagogische daadkracht en sturen hiermee wat er gebeurt in de klas. Om een helder beeld te krijgen van tweetaligheid in het onderwijs is het belangrijk om de overtuigingen, houding en kennis van docenten in kaart te brengen.

Onderzoek – doe mee!

In het kader van een grootschalig onderzoek naar tweetaligheid op basisscholen, zijn wij daarom op zoek naar 500 basisschooldocenten die hun mening willen geven. Daarom is de mening van zoveel mogelijk leraren in het basisonderwijs belangrijk om een goed beeld te kunnen schetsen van de overtuigingen en houding ten opzichte van tweetaligheid.

Ga naar de vragenlijst

Wil jij de enquête invullen wanneer je aan het profiel van basisschooldocent voldoet? En zou je de enquête kunnen delen met de basisschooldocenten die jij kent en/of voor jouw instelling werken?

Alvast heel hartelijk dank voor de medewerking! Uiteraard houden wij jou als eerste op de hoogte van de uitkomsten.


Literatuurlijst

De Mooij, M., Dieleman, D., & De Regt. S. (2020). Jaarrapport; Integratie 2020. Retrieved from: longreads.cbs

Extra, G., & Yagmur, K. (2012). Part 1: Towards European indicators of language policies and practices. In G. Extra, & K. Yagmur (Eds.), Language rich Europe: Trends in policies and practices for mulitlingualism (pp. 13-27). British Council/Cambridge University Press.

Haukås, Å. (2016). Teachers’ beliefs about multilingualism and a multilingual pedagogical approach. International Journal of Multilingualism, 13(1), 1-18.

Jennissen, R., Engbersen, G., Bokhorst, M., & Bovens, M. A. P. (2018). De nieuwe verscheidenheid: De toegenomen diversiteit naar herkomst in Nederland (No. 38). Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR).

Kroon, S. & T. Vallen (2000), Schooltaalbeleid en taakgericht taalonderwijs. In: M. Colpin et al. (Ed.), Een taak voor iedereen. Perspectieven voor taakgericht onderwijs. (pp. 123-144). Retrieved from: researchgate.net

Nishanthi, R. (2020). Understanding of the Importance of Mother Tongue Learning. International Journal of Trend in Scientific Research and Development, 5(1), 77-80. Retrieved from: researchgate.net

Stevens, P. A., Clycq, N., Timmerman, C., & Van Houtte, M. (2011). Researching race/ethnicity and educational inequality in the Netherlands: A critical review of the research literature between 1980 and 2008. British Educational Research Journal, 37(1), 5-43.

Posted by RubenWestrik