Nationale verbondenheid & burgerschapsvorming

Wanneer voelen leerlingen zich verbonden met Nederland? Wat is de rol van diversiteit in de klas, de diversiteitsnormen van leerlingen, en multiculturele leerkrachtnormen op nationale verbondenheid?

Jongeren met een etnische minderheidsachtergrond voelen zich minder thuis in het land waar ze wonen dan jongeren met een etnische meerderheidsachtergrond (Fleischmann & Phalet, 2018). Dit is problematisch, want dit kan ten koste gaan van hun psychologisch welbevinden of hun schoolprestaties (Altschul et al., 2006; Wu et al., 2018). Scholen zijn bij uitstek plaatsen om een gevoel van nationale verbondenheid te bevorderen; burgerschapsvorming (Spiegler et al., 2018). In deze studie onderzochten we daarom hoe verschillende klasfactoren bijdragen aan een gevoel van verbondenheid met Nederland onder basisschoolleerlingen. Hierin hebben we ook gekeken of dit anders werkt voor leerlingen met een etnische minderheidsachtergrond (Turks, Marokkaans en Surinaams) ten opzichte van leerlingen met een etnisch Nederlandse achtergrond.

Wat is een gevoel van nationale verbondenheid?

Nationale verbondenheid verwijst naar de emotionele verbondenheid van mensen met het land waarin men woont. Mensen die dit ervaren voelen zich thuis in en verbonden met het land en hun landgenoten (Ashmore et al., 2004). Nationale verbondenheid is een belangrijk aspect van burgerschap (Kallio et al., 2020). Dit maakt dat scholen relevante contexten zijn om het gevoel van nationale verbondenheid te bevorderden, want iedere school in Nederland (en de Europese Unie) heeft de taak om burgerschapsonderwijs te geven (Council of Europe, 2016).

Klasfactoren die bijdragen aan een gevoel van nationale verbondenheid:

  1. De klas is een plek waar leerlingen van verschillende etnische achtergronden met elkaar in contact kunnen komen. Volgens de Contacttheorie (Allport, 1954) kan contact met leden van de out-group (d.w.z. iemand die niet tot de eigen groep behoort) leiden tot een positieve houding ten aanzien van deze groep als geheel. Eerder onderzoek heeft dit bevestigd. Zowel contact met klasgenoten met een etnische meerderheidsachtergrond als contact met de leerkracht (d.w.z. een goede relatie) kan het gevoel van nationale verbondenheid onder leerlingen met een etnische minderheidsachtergrond bevorderen (Agirdag et al., 2011; Thijs & Verkuyten, 2012).
  2. De diversiteitsnormen van klasgenoten kunnen ook een rol spelen. In deze studie verstaan we hieronder hoe leerlingen etnische groepen evalueren. De werking van deze normen is tweeledig. Enerzijds ervaren verschillende etnische minderheidsleerlingen hoe hun eigen groep wordt geëvalueerd door hun klasgenoten. Als dit positief is, zullen ze meer nationale verbondenheid ervaren (Mazzoni et al., 2020) . Anderzijds, ervaren etnische minderheidsleerlingen hoe hun klasgenoten de etnische meerderheidsgroep evalueren. Als deze evaluatie positief is, kan dat zorgen voor dat een etnische minderheidsleerling deze positieve norm overneemt. Dit kan leiden tot meer verbondenheid met het land waar de leerling woont (Rutland et al., 2010).
  3. Ook de leerkracht draagt diversiteitsnormen uit. Vooral normen die uitdragen dat verschillen er mogen zijn en dat deze gewaardeerd worden, kunnen positief bijdragen aan het gevoel van nationale verbondenheid. Enerzijds gebeurt dat doordat deze normen ervoor kunnen zorgen dat etnische minderheidsleerlingen positiever zijn ten aanzien van de etnische meerderheidsgroep (Schachner, 2019) en anderzijds doordat etnische minderheidsleerlingen zich meer geaccepteerd voelen (Gharaei et al., 2019).

Wie deden er aan het onderzoek mee?

In totaal vulden 396 leerlingen uit groep 6 tot en met 8 van de basisschool een vragenlijst in. Leerlingen waren gemiddeld 10,5 jaar oud en er deden evenveel jongens als meisjes mee. Van deze leerlingen hadden er 183 een etnische minderheidsachtergrond (Turks, Marokkaans en Surinaams) en 213 een etnisch Nederlandse achtergrond.

Leerlingen zijn in etnische groepen ingedeeld op basis van hoe ze zichzelf identificeerden. Een leerling die bijvoorbeeld aangaf zichzelf als Turks te beschouwen, werd ingedeeld in de groep Turkse leerlingen. Wanneer leerlingen zichzelf als Nederlands beschouwden, was er een extra voorwaarde om in deze groep ingedeeld te worden. In het geval van deze leerlingen moesten beide ouders in Nederland geboren zijn.

De belangrijkste resultaten & hun betekenis voor de praktijk

We vonden inderdaad dat leerlingen met een etnische minderheidsachtergrond zich gemiddeld minder verbonden voelen met Nederland dan etnisch Nederlandse leerlingen. Maar hoe dragen verschillende klasfactoren dan bij aan het vergroten van het gevoel van nationale verbondenheid?

Contact met anderen

  • Ten eerste vonden we dat het in contact komen met leden van de etnische meerderheidsgroep bijdraagt aan het gevoel van verbondenheid met Nederland onder leerlingen met een etnische minderheidsachtergrond. Dit impliceert dat scholen zouden moeten proberen om een zo gemengd mogelijke leerlingpopulatie te bewerkstelligen. Specifiek impliceert deze bevinding dus dat er moet worden ingezet op het implementeren van landelijk of lokaal beleid dat inzet op het verminderen van school segregatie. Eerder onderzoek in Nederland heeft aangetoond dat beleid dat zich focust op ouders effectief kan zijn (Peters & Walraven, 2011) . Voorbeelden hiervan zijn: het faciliteren van ouderinitiatieven die segregatie verminderen, ouders informeren en adviseren, of het beperken van de schoolkeuze die ouders hebben.

Relatie met de leerkracht

  • Ten tweede vonden we dat een goede relatie met de leerkracht belangrijk voor het gevoel van verbondenheid met Nederland bij zowel etnische minderheids- als meerderheidsleerlingen. Voor etnische minderheidsleerlingen in klassen met weinig etnisch Nederlandse klasgenoten is dit zelfs extra belangrijk voor hun gevoel van verbondenheid met Nederland. Dit suggereert dat het niet alleen belangrijk is om school segregatie tegen te gaan, maar ook dat het belangrijk is dat een leerkracht investeert in een goede relatie met iedere leerling. Leerkrachten kunnen dit doen door zich vriendelijk en behulpzaam op te stellen en tegelijkertijd structuur te bieden aan de leerling (Pennings et al., 2018) .

Versterk hun empathisch vermogen

  • Ten derde vonden we dat leerlingen met een etnische minderheidsachtergrond zich het minste verbonden voelden met Nederland als zij in een klas zaten met veel etnische minderheidsleerlingen die een voorkeur hadden voor hun eigen groep ten opzichte van etnische Nederlanders. Dit geeft eveneens aan dat het belangrijk is om school segregatie tegen te gaan. Maar deze bevinding suggereert ook dat leerkrachten in gesegregeerde klassen met vooral etnische minderheidsleerlingen zich bewust moeten zijn van het feit dat deze leerlingen een voorkeur kunnen ontwikkelen voor hun eigen groep. Interventies die focussen op het vergroten van het empathisch vermogen of perspectief name van leerlingen kunnen deze voorkeuren verminderen (Beelmann & Heinemann, 2014).

Dit is een samenvatting van een onderzoek verschenen in The Journal of Youth and Adolescence. Het hele onderzoek is hier te lezen.

Bij gebruik van informatie uit deze samenvatting of het onderzoek graag verwijzen naar:

van Vemde, L., Hornstra, L., & Thijs, J. (2021). Classroom predictors of national belonging: The role of interethnic contact and teachers’ and classmates’ diversity norms. Journal of Youth and Adolescence. Advance online publication. https://doi.org/10.1007/s10964-021-01430-2

Vragen over dit onderzoek kunnen worden gesteld aan: Lian van Vemde (l.vanvemde@uu.nl).


Oproep

Wat doen bassischoolleerkrachten en leerlingen om een veilige groep te krijgen? Een groep waar iedereen zich geaccepteerd voelt ongeacht de verschillen in cultuur, religie of achtergrond?

De Universiteit Utrecht voert in schooljaar 2021-2022 een onderzoek uit naar verschillende burgerschapsthema’s in de groepen 6, 7, en 8.

Waar gaat het onderzoek over?

Het onderzoeksproject BLOK (Burgerschap door Lesgeven: Onderzoek in de Klas) gaat over burgerschapsvorming in groepen 6, 7 en 8. De klas wordt vaak een ‘oefenplaats voor burgerschap’ genoemd: leerlingen leren hier om samen te leven en rekening met elkaar te houden. Dit onderzoek gaat over sociale burgerschapsthema’s zoals sociale verbondenheid, sociale competenties, onderlinge relaties, omgaan met conflict en omgaan met (culturele) verschillen.

Ook leerkrachten hebben een belangrijke plaats in project BLOK: er wordt onderzocht hoe dagelijkse interacties tussen de leerkracht en leerlingen bij kunnen dragen aan burgerschapsvorming in de klas. De resultaten van dit onderzoek maken het mogelijk om meer inzicht te krijgen in hoe dagelijkse omgang met elkaar in de klas bij kan dragen aan burgerschapsvorming. Met deze inzichten kunnen we leerkrachten (in opleiding) beter ondersteunen in het werken aan burgerschap tijdens de dagelijkse lessen.

Opbrengsten voor deelnemende scholen zijn o.a. een onderzoeksrapportage, lesmateriaal, een klascadeau en waardebonnen voor leerkrachten.

Meer weten? Of direct aanmelden?

Neem contact op met Lian van Vemde en Minke Krijnen (onderzoekers van de Universiteit Utrecht)
via blok@uu.nl of ga naar de website. Hier kunt u meer informatie over het onderzoek vinden en kunt u zich aanmelden.

 

Posted by Lian van Vemde