Randvoorwaarden voor succes

In een recente rondvraag van de onderwijsinspectie gaf bijna driekwart van de hoger onderwijs instellingen aan te werken aan een nieuwe visie op onderwijs. Voor de meesten gericht op uitbreiding met blended learning.* Zo verschuift het gesprek van onderwijsontwerp op cursusniveau naar institutionele implementatie en adoptie van blended learning als geheel. In dit artikel zet ik daarom de randvoorwaarden voor succesvolle implementatie uiteen, gebaseerd op literatuur. De vraag die daarbij centraal staat, luidt: Waar moet een onderwijsinstelling aan voldoen om blended learning op grote schaal te ondersteunen? Deze invalshoek spreekt in eerste instantie de manager en de onderwijsdirecteur aan, maar ook de uitvoerenden en alle geïnteresseerden zijn hierbij gebaat.

* zie onderaan

Blended learning, teaching en education

In mijn vorige artikelen heb ik de term blended learning reeds uitgebreid besproken (zie hier en hier). Het is en blijft een lastig te duiden begrip, waardoor het veel verschillende interpretaties en misconcepties kent die goed ontwerp en succesvolle implementatie soms behoorlijk dwarsbomen. Bovendien is er verwarring met hybrid learning, en is het onderscheid tussen blended learning, blended teaching en blended education niet altijd even duidelijk. Ik ga er deze keer niet heel uitgebreid op in, maar voor het doel van dit artikel vind ik het toch nodig een aantal definities haarscherp te hebben. Daarbij gebruik ik Engelse termen, die uit de internationale literatuur komen.

  • Blended learning: verrijkte, studentgerichte leerervaringen, mogelijk gemaakt door de harmonieuze integratie van verschillende activerende strategieën, bereikt door de combinatie van face-to-face interactie met ICT.
  • Blended teaching: het ontwerpen en faciliteren van de hierboven beschreven blended leerervaringen.
  • Blended education: de formele context van blended learning, bepaald door beleid en randvoorwaarden rondom de organisatie en ondersteuning van blended learning en teaching.

In deze definities zie je duidelijk een niveau verschil. Een docent ontwerpt blended teaching wise leerervaringen op cursus- en programmaniveau en voert dat onderwijs uit. Dit doet hij of zij in een bredere onderwijscontext, oftewel het geheel van blended education op institutioneel niveau, dat hem of haar in staat stelt om blended learning te ontwikkelen en uit te voeren.

 

Modellen voor implementatie

Nu de definities weer helder zijn, ga ik verder in op de implementatie van blended learning. In 2017 deed ik onderzoek naar de implementatie van blended learning in het hoger onderwijs. Toen ik daarvoor de literatuur indook, kwam ik erachter dat er nog relatief weinig onderzoek was gedaan naar de factoren van invloed op een succesvolle implementatie (Drysdale et al., 2013).

Een model dat mij veel houvast gaf was het Framework for Institutional Adoption and Implementation of Blended Learning van Graham, Woodfield en Harrison (2012). Dit model schetst heldere randvoorwaarden waar een instelling aan moet voldoen om blended learning op grote schaal te implementeren. Een punt van aandacht is echter dat dit model zich hoofdzakelijk richt op de Amerikaanse context, die niet helemaal hetzelfde is als in Europa. Inmiddels is daar gelukkig nieuw onderzoek bijgekomen dat zich richt op de Europese context, waar ik zelf ook aan heb bijgedragen: het European Maturity Model for Blended Education (EMBED, 2020). Ik zal ze in dit artikel beide bespreken. Deze modellen schetsten heldere randvoorwaarden waar een instelling aan moet voldoen om blended learning op grote schaal te implementeren.

Het eerste model: Graham en collega’s

Het Framework for Institutional Adoption and Implementation of Blended Learning van Graham en collega’s (2012) schetst drie categorieën van contextuele factoren die belangrijk zijn voor een succesvolle implementatie van blended learning:

  1. strategie,
  2. structuur,
  3. ondersteuning.

Ze hanteren daarbij vervolgens per factor een indeling in drie fases: bewustwording en verkenning, adoptie en vroege implementatie, geslaagde implementatie en groei.

1. Strategie

Een instellingsbrede strategie omhelst keuzes die voortkomen uit een heldere visie op blended learning. Een duidelijke richting en doordacht beleid zijn daarvoor essentieel. Garrison en Kanuka (2004) geven daarbij aan dat het goed is voor instellingen om een werkgroep in te richten die volledig beschikbaar is om problemen, uitdagingen en kansen rondom de implementatie van blended learning aan te pakken. En vergeet ook niet het hebben van voldoende financiële middelen en geven van tijd voor docenten om ermee aan de slag te gaan. Hieronder zie je een voorbeeld van een van contextuele factoren binnen het domein strategie.

Het is goed voor instellingen om een werkgroep in te richten die volledig beschikbaar is om problemen, uitdagingen en kansen rondom de implementatie van blended learning aan te pakken.

blended learning factor definitie

2. Structuur

Structuur verwijst enerzijds naar de ICT-infrastructuur van een instelling, zoals een betrouwbaar netwerk en een gebruiksvriendelijke digitale leeromgeving. Anderzijds betreft het de inbedding van ICT-bekwaamheid van docenten en de daarmee gepaard gaande tijdsinvestering voor continue professionalisering. Met andere woorden, het gaat om hoe een instelling deze benodigde tijdsinvestering erkent en niet als vanzelfsprekend beschouwt.

blended learning factor govenrnance

3. Ondersteuning

Ondersteuning betreft de vraagstukken die te maken hebben met docentprofessionalisering en de didactische en technologische support waar docenten beroep op kunnen doen, bijvoorbeeld door de inzet van onderwijskundigen die helpen bij onderwijsontwerp. Maar het gaat ook om het bieden van incentives voor docenten om onderwijs te innoveren, oftewel het stimuleren tot actie door bijvoorbeeld kleinschalige subsidies te bieden.

blended learning, factor incentives

Het model van Graham en collega’s (2012) geeft al veel richting bij het nadenken over institutionele implementatie van blended learning. Om het nog makkelijker te maken, hebben de auteurs een checklist ontwikkeld waarmee je een zelfscan kan doen om te bepalen in welke fase van implementatie jouw instelling zich voor alle contextuele factoren bevindt. Met hulp van deze analyse kan je een redelijk goede inschatting maken van waar je momenteel als instelling staat en waar je nog winst kan behalen. Download de checklist hier (in het Engels).

Blende learning; european maturity model for blended education

Het tweede model: EMBED

Het tweede model heet het European Maturity Model for Blended Education en richt zicht – zoals de naam wellicht doet vermoeden – op de Europese context en is daardoor zeer bruikbaar voor instellingen in Nederland. Vooraanstaande universiteiten hebben de afgelopen jaren samengewerkt om een model te creëren dat het implementeren van blended learning ondersteunt. Merk op dat dit model het expliciet heeft over blended education en dus ook gaat over de formele context voor het faciliteren van blended learning en teaching.

Is jouw instelling er klaar voor?

Daarbij maken ze niet alleen onderscheid in fases van implementatie. Ze maken ook onderscheid in niveaus: van kleinschalig cursusontwerp tot instellingsbrede organisatorische aspecten en beleid. Met dit model kan je – vergelijkbaar met de zelfscan van Graham en collega’s – in kaart brengen hoever je instelling is met betrekking tot de implementatie van blended onderwijs. Dit kan helpen bij het formuleren van concrete acties om de implementatie verder te helpen. Let wel:

Dit model meet in hoeverre een instelling ‘rijp’ is voor het laten ontspruiten van blended learning
(Engels: ‘mature’) , en dus niet de kwaliteit ervan.

Het model onderscheidt drie niveaus: (1) cursus niveau, (2) programma niveau en (3) instituutsniveau. Vervolgens zijn voor elk niveau verschillende criteria uitgewerkt, met elk drie, variërende scoringsmogelijkheden. Neem bijvoorbeeld het criterium Professional Development op instituutsniveau. Als je als instelling slechts een handjevol workshops over blended learning sporadisch aanbiedt, scoor je een 1. Is al je personeel getraind in het structureel ontwerpen en aanbieden van blended onderwijs en is dit bijvoorbeeld geïntegreerd in het vaste professionaliseringsaanbod, dan scoor je een 3. Hieronder is voor elk niveau een voorbeeld uitgewerkt.

blended learning, implementatie cursusniveaublended learning, implementatie programmaniveau

blended learning, implementatie instituutsniveau.

Van lesgever naar lesontwerper.

Er zijn veel kansen om de implementatie van blended learning te bevorderen. Tegelijkertijd kunnen deze kansen, wanneer onbenut, ook barrières opleveren. De kansen en barrières zijn voornamelijk gerelateerd aan tijd, inzet en vaardigheden van zowel docenten als studenten. Docenten moeten zich bijvoorbeeld comfortabel voelen met het nemen van risico’s en het inzetten van nieuwe technieken of aanpassen van didactiek. Denk ook aan de benodigde ICT-bekwaamheid en de veranderende docentrol van lesgever naar lesontwerper. Het slechts opnieuw verpakken van oude content in een nieuw medium is simpelweg niet voldoende; het is een continu proces van herontwerpen en overdenken van werkvormen en relaties binnen cursussen en programma’s. Daarom, hierbij een lijst van de belangrijkste kansen en barrières voor de implementatie van blended learning (gebaseerd op dit en dit onderzoek).

Kansen

  • Creëer een heldere visie voor blended learning en vind draagvlak voor deze visie. Gebruik daarbij een top-down aanpak, vanuit de managementlaag, voor het schetsen van kaders. Voor de daadwerkelijk uitwerking gebruik je het beste een bottom-up aanpak, vanuit de docentpraktijk dus.
  • Bied voldoende tijd en ruimte aan docenten voor onderwijsontwerp. Zorg dat de randvoorwaarden voor de implementatie van blended learning op orde zijn.
  • Bied incentives, bijvoorbeeld in de vorm van kleinschalige subsidies en professionaliseringstrajecten.
  • Geef docenten de juiste vakinhoudelijke, didactische en technologische ondersteuning.
  • Zet in op de valorisatie van de kwaliteit van topdocenten: maak gebruik van rolmodellen en kennisdeling.
  • Hou bij het ontwerp van blended learning rekening met een valide onderwijskundig uitgangspunt en een goede inrichting. Daarbij moeten keuzes over de juiste balans tussen online en fysiek, gemaakt worden op basis van de doelgroep en de leerinhoud.

Barrières

  • Er is geen tijd en geen ruimte. Blended learning ontwerpen kost veel tijd, tijd die er vaak niet is. Neem dit serieus. Het is echt niet reëel om te verwachten dat alle docenten zonder meer hun onderwijs blended kunnen ontwerpen. Zie ook pijler 3 in het position paper van het versnellingsplan over docentprofessionalisering.
  • De visie is onduidelijk, gebrekkig, niet gedragen of alleen in de top aanwezig. Er is geen goede vertaling naar de praktijk binnen alle lagen van de organisatie. Het hebben van een visie wil nog niet zeggen dat die ook tot uiting komt in de praktijk. Er ontstaat snel een mismatch tussen wat de managementlaag wil en wat er in de praktijk daadwerkelijk gebeurt.
  • Didactische en technische vaardigheden van docenten zijn ontoereikend. Dit vormt een drempel om risico’s te nemen en te experimenteren.
  • Er is geen gepaste ondersteuning, bijvoorbeeld in de vorm van onderwijskundigen, ICTO-ondersteuners of digi-coaches.
  • Het is onduidelijk hoe blended learning ontworpen moet worden. Er is gebrekkige informatievoorziening of geen onderliggend onderwijskundig fundament. Men ziet door de bomen het bos niet meer.

blended learning en een succesvolle implementatie; kansen en barrières

Ontwerpmethodes voor blended learning

Het implementeren van blended learning vraagt om een veranderende rol van docenten, waarin zij naast uitvoerders ook steeds meer ontwerpers worden. Daarom is het zinvol om docenten te ondersteunen met een bepaalde ontwerpmethode. Hierdoor krijgen ze houvast en kunnen ze gestructureerd aan de slag met het (her)ontwerp van hun onderwijs. Er bestaan talloze ontwerpmethodes, teveel om op te noemen. Maar ter inspiratie geef ik hieronder een aantal voorbeelden.

Het implementeren van blended learning vraagt om een veranderende rol van docenten, waarin zij naast uitvoerders ook steeds meer ontwerpers worden.

Shuffle

Shuffle is een ontwerpmethodiek ontwikkeld door Saxion. Deze methodiek start bij toetsing (het beroepsproduct) en besteedt vervolgens aandacht aan leeruitkomsten, leerinhouden, leeractiviteiten en ICT-tools. Daarbij staat de taxonomie van Bloom centraal. De methode is gratis te downloaden op hun website.

ABC curriculum design

De ABC curriculum design methode is ontwikkeld door het University College Londen, en gaat in de basis om het uitwerken van een zogenaamde student-journey op een storyboard. Daarbij gebruik je 6 algemene leeractiviteiten, gebaseerd op onderzoek. Vervolgens selecteer je passende online en fysieke werkvormen, en bepaalt met tenslotte de toetsing. Ook deze methode is gratis te downloaden op hun website.

Voorbeelden van geslaagde implementatie

Goed, ik heb weer een hoop theorie besproken. Maar hoe ziet dit er nu uit in de praktijk? Daarvoor bestaan er  in Nederland gelukkig al een hoop mooie voorbeelden. Ik neem er hier een aantal door.

Universiteit van Amsterdam

Een speciaal ingerichte werkgroep van de Universiteit van Amsterdam publiceerde in 2015 een uitgebreid adviesrapport, genaamd Blend IT & Share IT. In dit whitepaper werden verschillende aanbevelingen gedaan om blended learning op instituutsniveau breder te implementeren. Op basis hiervan is een actieplan opgesteld, met daarin een uitwerking van onder meer strategie, financiering, ondersteuning en communicatie. Dit heeft vervolgens geleid tot de oprichting van een nieuw formeel orgaan, genaamd Teaching & Learning Centres, dat zowel centraal als decentraal opereert en veel uitwisselt. Vervolgens hebben de facultaire ICT & Onderwijs-teams geld gekregen om blended learning op decentraal niveau te implementeren. Denk aan het inhuren van extra ondersteuners en het bieden van kleinschalige projectsubsidies (zogenaamde Grassroots). Onlangs hebben ze een prachtig online informatiepunt gelanceerd over online onderwijs. Een mooi voorbeeld van interfacultaire samenwerking en een single-point-of-entry omtrent informatievoorziening voor docenten.

Universiteit Utrecht

De Universiteit Utrecht heeft een aantal jaar geleden het project Educate-it opgezet. Een universiteitsbreed programma voor en door docenten en studenten, dat hen ondersteunt bij het versterken van onderwijs. Daarbij zetten ze voornamelijk in op onderwijsinnovatie met IT-tools en blended learning als onderwijsconcept. Het is een uniek project omdat het een universiteitsbreed – en dus faculteitsoverstijgend – programma is. En het is uniek omdat er een duidelijke onderwijsvisie aan ten grondslag ligt op het gebruik van IT in onderwijs, die duidelijk gedragen wordt door belanghebbenden. Bovendien wordt maximaal gebruik gemaakt van de expertise die de universiteit zelf in huis heeft. Inmiddels is Educate-it niet weer weg te denken. Het is een uitgebreid fysiek en online kennispunt met informatie voor zowel docenten als studenten, gericht op alle aspecten van onderwijs. Zeer de moeite waard om eens rond te neuzen op hun website.

Curio als goed voorbeeld

Onderwijsinstelling Curio voor VMBO en MBO in de regio Brabant maakt gebruikt van zogenaamde Leerlabs om het leren en professionaliseren van docenten te bevorderen. In feite zijn deze leerlabs kleinschalige leerteams (Communites of Practice) die voor een bepaalde tijd werken aan een vernieuwing, verbetering of verandering van onderwijs. Een leerlab bestaat uit interne en externe docenten, experts, onderzoekers en leerlingen/studenten. Deelname aan een leerlab is niet voorwaardelijk: er worden resultaten verwacht. Tegelijkertijd krijg je daar ook geld en tijd voor. Verder heeft Curio onlangs een prachtig platform gelanceerd over afstandsleren, waar ook de leerlabs aandacht krijgen. Zo biedt het platform ook kansen om best practices te delen. De inzet van leerlabs in combinatie met een sterk online informatieplatform is een mooi voorbeeld van hoe docentondersteuning voor de implementatie van blended learning kan worden uitgewerkt.

Conclusie

Het is inmiddels duidelijk dat onderwijsinnovatie met behulp van ICT, zoals online en blended learning, talloze kansen biedt om het onderwijs te verbeteren. We kunnen er bovendien simpelweg niet meer omheen. Maar een goed doordacht herontwerp van onderwijs vraagt om tijd, expertise en ondersteuning. Om blended learning op grote schaal te implementeren moeten instellingen aan verschillende randvoorwaarden voldoen. In dit artikel heb ik een aantal van deze randvoorwaarden uiteengezet, met veel links naar modellen en voorbeelden die een succesvolle implementatie kunnen ondersteunen. Als laatste tip wil ik nog verwijzen naar de SURF-publicatie Keuzehulp voor het ondersteunen van onderwijsinnovatie met ICT.

Zie de implementatie als een trein. Wat gaan instellingen doen? Krijgen ze iedereen aan boord van een sneltrein, die ze zelf besturen? Zit iedereen in de stoptrein met bestemming onbekend? Of laten ze hun docenten ontredderd achter op het station

Het moge duidelijk zijn dat wanneer je als instelling niet voldoet aan de randvoorwaarden voor een succesvolle implementatie van blended learning, slechts de enthousiaste docent tot een duurzaam inzetbaar (her)ontwerp komt. Ervan uitgaan dat docenten het in hun eigen tijd kunnen oplossen, doet geen enkel recht aan de talloze inzichten die in de literatuur voor het oprapen liggen. Gelukkig hoor en zie ik steeds meer instellingen die dit serieus nemen. Die erkennen dat (her)ontwerp als taak erbij komt en daar ook tijd en ruimte voor bieden. Zo bevinden we ons momenteel op een belangrijk kantelpunt. Zie de implementatie als een trein. Wat gaan instellingen doen? Krijgen ze iedereen aan boord van een sneltrein, die ze zelf besturen? Zit iedereen in de stoptrein met bestemming onbekend? Of laten ze hun docenten ontredderd achter op het station? De bal ligt bij hen.


Blended learning en onderwijsontwerp

blended learning & onderwijsontwerp;uitgeverij Boom; Last & Jongen

Momenteel schrijf ik samen met Stefan Jongen een boek over blended learning en onderwijsontwerp. Dit doen we voor Boom Uitgevers Amsterdam. Het boek ligt in het voorjaar in de winkel, maar je kunt het nu al reserveren. In ons boek beschrijven we het gehele ontwerpproces van blended learning. Daarbij beginnen we met het expliciteren van een visie op leren. Van daaruit volgen ontwerpprincipes, op basis waarvan je keuzes maakt voor in te zetten technieken. Het echte ontwerp van onderwijs begint vervolgens met je beoogde leeruitkomsten. Wat wil je dat de student gaat doen? Daarna werk je een studentgerichte leerreis uit, waarin de student zoveel mogelijk aan het werk wordt gezet. En dat gebeurt zowel online als fysiek, en zowel synchroon als asynchroon. Meer weten? Klik dan hier.

 

Barend Last is begonnen als leerkracht in het basisonderwijs. Later deed hij onderzoek naar de implementatie van blended learning vanuit docentperspectief en werkte hij bij de Universiteit van Amsterdam. Inmiddels is hij werkzaam als specialist Blended Learning bij de Universiteitsbibliotheek van Universiteit Maastricht. Meer weten? Bekijk zijn website.


Bronnen en handige sites:

Voorbeeld van goed ondersteunend platform van onderwijsinstelling Curio uit de regio Brabant.

Universiteit van Utrecht; Educate-it via Surf: Keuzehulp voor het ondersteunen van onderwijsinnovatie met ICT.

uit het onderzoek hij hogere scholen

Uit de Covid monitor van de inspectie:

* Er werd hierbij vooral gedacht aan een visie met ’blended leren’ (een mix van diverse onderwijsvormen waarbij ook afstandsonderwijs een rol krijgt) of afstandsonderwijs. Veel instellingen zeiden dat het bestaande onderwijs de laatste maanden erg snel online was aangeboden, maar dat men nu wilde werken aan bijvoorbeeld een nieuwe didactiek, aan nieuwe wijzen om een community te vormen en aan een aangepaste toetsing met een verschuiving van summatief naar formatief toetsen. (uit het rapport van de inspectie; de COVID-19 monitor hoger onderwijs)

 

Posted by info@barendlast.com