Huidige vorm is niet van deze tijd

In het voortgezet onderwijs vermorsen we teveel talent van jonge mensen. De samenleving vraagt om anders opgeleide jongeren. Dat inzicht is recent versterkt door de coronacrisis. Docenten ervaren een te grote werkdruk, waardoor hun werkplezier afneemt. Kan dat niet anders?

Volgens Michiel Verbeek zijn er vier belangrijke redenen om het rigoureus anders in te richten:

  1. De samenleving vraagt om anders opgeleide jongeren.
  2. Het huidige systeem is niet effectief en niet efficiënt.
  3. De kansenongelijkheid neemt toe. Door groeiende inkomens- en vermogensverschillen en de sterke technologische ontwikkelingen dreigt een steeds grotere groep jongeren verstoken te blijven van een stimulerende en inspirerende context.
  4. Het werkplezier van docenten neemt af. Het huidige systeem heeft de invloed van docenten op het ontwikkelproces van opgroeiende jongeren teveel beperkt.

Problemen in het huidige onderwijs

Het onderwijs kampt met een paar hardnekkige problemen, zoals het lerarentekort, gebrek aan motivatie bij leerlingen, het keurslijf van cijfers en toetsen, het gebrek aan eigenaarschap voor leerlingen en docenten, te vroege keuzes, de onvrede met het leerstofjaarklassensysteem, onvoldoende ruimte voor geïntegreerde leergebieden en te weinig aandacht voor individuele ontwikkeling en groei. Toetsen zijn handig om te selecteren, maar dragen onvoldoende bij aan het in beeld brengen van individuele ontwikkeling en groei. Leerlingen worden opgevoed in het leren voor de toets in plaats van de inhoud zelf.

Het huidige voortgezet onderwijs vermorst veel tijd van jongeren in de formatieve jaren, terwijl jongeren in die periode buitengewoon veel interessante capaciteiten hebben. Voor belangrijke maatschappelijke ontwikkelingen is amper tijd, omdat de programma’s vol zitten. Het systematisch ontwikkelen van de competenties van deep learning, de 6 c’s: communication, creativity, collaboration, citizenship, character en critical thinking. vergt aandacht en kost tijd en die is er niet.

Elk kind verdient een nieuwe, rijke context

De ongelijkheid tussen leerlingen neemt toe en daarmee ook de kansenongelijkheid. Leerlingen komen allemaal met een andere achtergrond de school binnen. Bij de samenstelling van het leerprogramma kan daar niet of nauwelijks rekening mee worden gehouden. Een rijke context van huis uit levert vaak een voorsprong op op school. Denk aan taal, goede gesprekken aan de eettafel, geld om mee te kunnen doen in de samenleving, dagelijks gezond voedsel en ruimte voor ontwikkeling en jezelf zijn. School kan niet alle ongelijkheid wegnemen, maar zou meer moeten doen om alle kinderen een rijke context mee te geven. De school als aantrekkelijke plek met faciliteiten die beschikbaar is tijdens en na schooltijden.

Wie durft deze school aan?

In het boek Wie durft deze school aan? wordt de fictieve school Stellalusat geschetst. De naam is een verbastering van het Latijnse Stella Luceat, de wens dat de ster schijnt. Leerlingen die van de basisschool komen kunnen zes jaar op Stellalusat verblijven. Er is eventueel een zevende jaar voor een gerichte voorbereiding op een vervolgopleiding. Op Stellalusat zijn geen toetsen en examens. Een leerling wordt niet in een cijfer afgemeten ten opzichte van het gemiddelde. Ze krijgen een persoonsdossier in de vorm van een website. Daarin komt het geleerde en het gemaakte werk, de directe feedback van docenten, externen en medeleerlingen.

Eigenaarschap & workshops

Het lesprogramma is ingedeeld in zes leergebieden en bestaat uit workshops. Dat kunnen losse workshops zijn, maar ook een reeks binnen een thema. De leergebieden zijn: Wetenschap, Kunst & Cultuur, Geschiedenis & Toekomst, Sport & Gezondheid, Geoefende Handen en Leerwerken. Een leerling stelt samen met zijn mentor het lesprogramma samen. Leerlingen krijgen eigenaarschap bij de keuze van de workshops. De workshops worden samengesteld door docenten, soms samen met collega’s en soms met externen. Leerlingen van verschillende leeftijden kunnen zich inschrijven voor dezelfde workshop.

Blokken in plaats van uren

In het huidige onderwijs gaan leerlingen op een dag na 50 minuten naar een ander vak, naar een andere docent en vaak naar andere regels. In een lesuur van 50 minuten wordt er iets uitgelegd door de docent en is het vaak de bedoeling dat leerlingen ook even zelfstandig werken. Altijd lastig op het moment dat de leerling zelf helemaal niet is ingesteld op 15 minuten zelfstandig werken. Ben je als docent net lekker bezig met een verhaal en heb je de aandacht van leerlingen, gaat de bel. Zo vergaat het een actieve leerling ook als hij of zij net even goed bezig is met zelfstandig werken. Dit is toch geen effectieve manier van leren?

Op de fictieve school Stellalusat is afscheid genomen van uur na uur een ander vak. Er is een ochtendblok van 9.00-12.00 uur en een middagblok van 13.30-16.00 uur. Tussen de middag kan op school een warme maaltijd gegeten worden en is er tijd voor eigen tijdbesteding. In de middagblokken staan veel sportworkshops en andere ‘doe-workshops’ geprogrammeerd.

Ecosysteem gebaseerd op samenwerking

De ingrijpend andere aanpak op een school als Stellalusat zal een ander ecosysteem opleveren. Competitie tussen leeftijdsgenoten is verruild voor samenwerking. De ontwikkeling en groei van het individu staat centraal. Leerlingen zijn gemotiveerd, omdat ze eigen keuzes kunnen maken in workshops. Het is de taak van mentoren om leerlingen met nieuwe dingen in aanmerking te laten komen en ze te laten ervaren dat je offers moet brengen om iets te bereiken. Het samenwerken is erop gericht om bij te dragen aan ieders individuele ontwikkeling en groei. Leerlingen wordt geleerd en zullen ervaren dat ‘ik’ alleen bestaat bij de gratie van de groep en dat het waardevol is om iets te doen voor een ander. Dat leidt tot een positieve relatie met de samenleving.

Stellalusat

Het boek komt voort uit het besef van hoe belangrijk het is om jongeren goed te begeleiden in hun formatieve jaren en zijn passie voor ontwikkeling en groei van individuen en organisaties.

Michiel Verbeek is docent, lokaal bestuurder, tennistrainer/coach en directeur van een IT-bedrijf geweest. Nu is hij als adviseur verbonden aan Organisatie-Kundig.nl voor de OK! Methode, bestuurslid van organisaties op het gebied van duurzaamheid en sociale innovaties en schrijver van Wie durft deze school aan?

Posted by Michiel Verbeek