In een interview met NRC Next plaatst Herman van de Werfhorst een aantal kanttekeningen bij de huidige trend om later te selecteren. In de discussie om kansenongelijkheid te verkleinen is de zogenaamde middenschool een veel genoemde optie.

Nederland uitzondering met vroege selectie

Nederland is een uitzondering met vroege selectie die bepalend blijkt voor het verdere verloop van een schoolloopbaan. Het ministerie van OCW startte een pilot met tienerscholen waar het selectiemoment wordt opgetrokken naar 14 jaar. Ook brede brugklassen zijn in opmars. Zo’n heterogene groep werkt stimulerend voor kinderen die zich aan slimmere leeftijdsgenootjes kunnen optrekken.

Ook internationaal onderzoek laat zien dat vooral kinderen van ouders met een lager onderwijsniveau of sociale status profiteren van zogenaamd dakpanonderwijs, wanneer twee niveau’s samen gaan. Het verklarend mechanisme hierachter is het ‘peer’-effect: de invloed van het niveau van medeleerlingen op de prestaties van een individuele leerling.

Latere schoolselectie

Latere schoolselectie helpt gelijke kansen op een diploma inderdaad, stelt Herman van de Werfhorst, hoogleraar sociologie aan de Universiteit van Amsterdam en lid van de Onderwijsraad, in een groot vergelijkend onderzoek dat onlangs is verschenen. Hij bestudeerde gegevens uit 21 Europese landen die het selectiemoment hebben verlaat, meestal in de jaren 60 of 70.

 

”De beleidsvraag is: versterkt of verkleint de school de ongelijkheid, of verandert er niets? Op dit moment werkt ons systeem ongelijkheden in de hand.”

 

Gebleken is wel dat de vergrote gelijkheid gedeeltelijk komt doordat het niveau van de bevoordeelde kinderen daalt. Of dit wenselijk is is een politieke keuze. Daarnaast constateert Werfhorst dat het parallel bestaan van categorale scholen het gelijke-kansenbeleid ondermijnt. Hoogopgeleide ouders die traditioneel gezien aan onderwijs hechten zullen voor hun kinderen het beste nastreven. Dan heb je dus niet het selectiemoment voor het hele systeem uitgesteld. Het bestaan van categorale scholen haalt het effect van middenscholen onderuit. Wil je echt iets doen aan kansenongelijkheid dan zijn duidelijke keuzes noodzakelijk.

Halfslachtig beleid

Op zich speelt de discussie rond kansengelijkheid in het onderwijs al lang, ook in Nederland. Tot de jaren tachtig was er ook meer aandacht voor sociale realiteit achter de onderwijsprestaties; wie heeft dan die hoge opleiding, wie behaalt die hoge prestaties? Dat lijkt mij een heel belangrijke vraag, stelt Werfhorst in NRC Next. In tegenstelling tot andere landen hebben wij nooit echt iets gedaan met deze bevindingen.

In de huidige situatie worden brede scholen door het kabinet gestimuleerd terwijl categorale scholen parallel blijven bestaan. Dit ondermijnende euvel wordt verder in de hand gewerkt door de autonomie die scholen krijgen van het ministerie. Hierdoor vindt een soort marktwerking in het onderwijs plaats. Met de kansrijke leerling als inzet. Zo werkt die autonomie ongelijkheid in de hand.


lees het hele interview

of zie hier het rapport over ‘effecten van brede brugklassen’

Posted by Redactie