Intentieverklaring eerste regio Sterk Techniekonderwijs

In de zomer van 2018 werd bekend dat de subsidieregeling Sterk Techniekonderwijs – in de volksmond ‘de 100 miljoen voor techniekonderwijs’ geheten – van start gaat. Daartoe moeten vmbo-scholen met het mbo en het bedrijfsleven voor oktober van datzelfde jaar een regio vormen en vervolgens een plan indienen. Op de langste dag van het jaar zitten alle partners uit onderwijs en bedrijfsleven, die sinds 2012 samenwerken in het programma ‘Toptechniek in bedrijf’ (TiB) Noordoost-Brabant, in een hotel bij elkaar voor hun jaarlijkse netwerkbijeenkomst. De intentieverklaring om samen als regio verder te gaan is zo gepiept: een servetje met alle handtekeningen als tastbaar bewijs. De eerste regio Sterk Techniekonderwijs – van de 78 die nog zullen volgen – is gevormd.

Elkaar vinden

De regio is hot kun je wel stellen. Steeds vaker worden regionale netwerken gezien als ‘oplossing’ voor allerhande complexe vraagstukken: van voortijdig schoolverlaten tot de aanpak voor het lerarentekort. In de regio moet het gebeuren en de hele keten is daarbij nodig, zo is de gedachtegang.

‘Aan Toptechniek in bedrijf’ ging een vraag van de ministeries van OCW en EZ vooraf om samen in de regio de handschoen op te pakken. Met als doel te stimuleren dat meer jongeren succesvol doorstromen naar een technische mbo-opleiding en naar de arbeidsmarkt of het hbo’, aldus Ton Jansen, projectleider van ‘TiB’ in de regio Noordoost Brabant.

Om zo’n regionaal verband tot stand te brengen is tijd nodig. Het is belangrijk om te weten hoe de hazen lopen en de verschillende spelers in kaart te brengen. Eerst dan kun je bepalen wat nodig is. In Noordoost Brabant maakten ze het onderwijs tot regiehouder. Dat noopte tien instellingen tot samenwerking aan één tafel.

Niet ieder voor zich intern

Het besluit om als regionaal verband Sterk Techniekonderwijs verder te gaan, is intrinsiek gemotiveerd en werd snel genomen. Het risico van versnippering ligt namelijk op de loer. Dat zie je bijvoorbeeld ook terug in initiatieven gericht op techniekonderwijs, die vanuit de overheid als los van elkaar worden gepresenteerd. Als je niet voort borduurt op bestaande initiatieven, bestaat het risico van losse flodders. De verhouding, verbinding en de logica moet je nu als ‘veld’ zelf gaan zoeken. Dan lijkt het incident na incident, terwijl het tot versterking zou moeten leiden. Als je wilt dat het in de regio lukt, moet je eigenlijk zorgen dat op de niveaus ‘daarboven’ ook goed wordt samengewerkt.

Door vervolgens vanuit de curriculuminhoud van de scholen te vertrekken, hielden ze het complexe vraagstuk overzichtelijk. Eerst maar eens vmbo en mbo op één lijn gebracht. Een hele kluif op zich. Want de vernieuwing van de beroepsgerichte vakken in het vmbo en de herziening van de kwalificatiestructuur in het mbo zijn twee vernieuwingen, die langs elkaar heen liepen.

Hoe mooi zou het zijn als alle intermediaire en sectororganisaties die daar een rol in hebben de handen ineen zouden slaan, zodat het voelt als hetzelfde

 

Denkruimte vinden, met A als vertrekpunt

Een goed lopende regionale samenwerking, die gestalte krijgt vanuit het belang van de leerling is uiteindelijk wel het grootste wapenfeit. De samenwerking met regiopartners ging van start als middel om met elkaar activiteiten van de grond te krijgen om doelen te realiseren. Inmiddels fungeert de samenwerking als vliegwiel om ook andere, nieuwe zaken aan te pakken. Daardoor hebben we als regio niet één branche of een paar bedrijven die namens de brancheorganisaties getekend hebben, maar een lijst van ruim 200 betrokken bedrijven, zowel éénpitters als grote bedrijven.

Je moet de ruimte vinden en organiseren om met elkaar na te denken, niet meer over hoe we van A naar B komen, maar waar moeten we heen met A als vertrekpunt? Dat geldt ook voor de uitvoering: welke ruimte hebben we om zaken samen op te pakken, gezien de regelgeving, in tijd, ruimte om te tekenen en buiten de tekening om bezig te zijn. Ook al zou het sterker kunnen, genoeg kansen om er iets moois van te maken. Blijf samen in gesprek en maak het simpel, ondanks dat het supercomplex is.

 

Samenvattend – wat heeft gewerkt in dit project

 

  • vanaf de start bezig zijn met borgen, zaken vastleggen en verduurzamen, alle neuzen zelfde kant op;
  • vanuit de curriculuminhoud vertrekken, dan komt de rest daar achteraan;
  • kijk hoe je het met het belang van de leerling voor ogen kunt organiseren – ook als er verschillende belangen aan tafel zitten; hoe breng je de leerling verder, in plaats van je concurrerend ten opzichte van elkaar op te stellen.
  • breng de regio goed in kaart om tot een evenwichtige vertegenwoordiging in je werkgroepen te komen;
  • bouw waar mogelijk verder op bestaande initiatieven, om versnippering te voorkomen;
  • in de gekozen structuur van stuurgroep, projectgroep en werkgroepen, hebben de werkgroepen als ‘hart’ van TiB heel goed gewerkt. Het committent van mensen zit heel dicht bij de inhoud, het gesprek over de vmbo-profielen;
  • stel een kerngroep in met directieleden van vmbo en mbo en de projectleider, een bredere gecommitteerde groep van betrokken mensen om de vaart erin te houden en te ondersteunen;
  • het regio gevoel heeft een belangrijke rol gespeeld; de wethouders en de provincie erbij halen die het belang van de regio benadrukken boven dat van gemeente.
  • durf waar nodig oude structuren los te laten; met een omvangrijk budget kun je dingen ook opnieuw uitvinden.

 


Download de hele publicatie met interview met de bevlogen bemiddelaar Jan Jansen hier

 

Posted by Redactie Onderwijscommunity