Begrijpelijke informatie op eigen niveau

Een tien jarige die vandaag de dag op internet informatie zoekt voor een spreekbeurt stuit op drie problemen:

  1. Overvloed aan informatie. Het kind wordt, nog meer dan een volwassene, overspoeld met info.
  2. Onderscheid tussen de vele bronnen. Het ontbreekt een kind aan het geduld om rustig te kijken. Welk resultaat past het best bij de zoekopdracht waarmee het begon. Op YouTube resultaten zal het kind bijvoorbeeld impulsief reageren, maar het is daarmee niet per se geholpen.
  3. Ondoorgrondelijk; als het dan informatieve pagina’s vindt, is die informatie vaak veel te moeilijk geschreven. De informatie sluit niet aan bij de belevingswereld van het kind.

Artificial intelligence filtert het web

Leerlingen stuiten op commerciële, onbetrouwbare en onbegrijpelijke informatie. Wizenoze biedt sites aan waar ze wel wat mee kunnen, op hun eigen niveau. Het bedrijf heeft een algoritme ontwikkeld dat het leesniveau van een tekst kan koppelen aan een specifiek schoolsysteem. Selectie geschiedt met behulp van drie verschillende technologieën: deep learning, information retrieval en natural language processing, in combinatie met handmatige curatie. De uiteindelijke leesbaarheidsclassificatie is een score op een schaal van vijf leesniveaus, van basisschool tot academisch.

Docentenpanel geeft de doorslag

Alle websites zijn allereerst door een team van curatoren geselecteerd op basis van betrouwbaarheid van de makers en op geschiktheid en relevantie voor scholieren binnen een klas-omgeving. Die selectie wordt voorgelegd  aan een grote community van docenten. Bij goedkeuring wordt de site in z’n geheel of gedeeltelijk opgenomen in de  collectie van Wizenoze. Vervolgens worden alle pagina’s automatisch geanalyseerd op leesniveau op basis van innovatieve technologie. Daarna houdt een zogenaamde web crawler, een stuk software waarmee pagina’s en websites op het internet doorgezocht worden, nieuwe pagina’s bij die van dezelfde maker verschijnen.

Dit resulteerde in een content collectie van inmiddels 11,5 miljoen pagina’s – van betrouwbare, relevante informatie die naar het gewenste leesniveau te selecteren is. Natuurlijk zijn er kleine, onafhankelijke informatiebronnen die de selectie niet halen omdat de identiteit en daarmee expertise van de maker niet achterhaald kan worden. Daar staat tegenover dat er een heel groot werkbestand wel beschikbaar is met adequate informatie. En de gebruiker kan met een eenvoudige functie in de zoekmachine zelf bronnen aandragen die nog niet werden opgenomen. Die worden dan, na verificatie, alsnog toegevoegd aan de bibliotheek.

 Wij hebben geen mening, daarom vragen wij het akkoord van docenten en leraren: zijn jullie het ermee eens dat dit een betrouwbare bron is.

Diane Janknegt, oprichter Wizenoze

Beroepsonderwijs en de marktvraag

Het internet wordt steeds meer ingezet in het beroepsonderwijs. Op die manier sluit het beroepsonderwijs zo goed en actueel mogelijk aan op de beroepspraktijk. Zonder hulp bij het zoeken lopen studenten echter vaak vast in het moeras aan informatie. Dat is niet bevorderlijk voor de leeropbrengsten van de student. Het werkt ook hoogst demotiverend. Het geeft de leerling een gevoel van falen en ‘het niet kunnen’, hetgeen weer doorwerkt in hun algehele leer- en mensbeleving. Het aanleren van digitale vaardigheden moet weliswaar onderdeel zijn van het beroepsonderwijs, maar het is goed om de student daarin te helpen.

Zoekmachine zonder alle ruis

De meeste informatie die Google aanreikt is niet relevant voor een specifieke opleiding. De hoeveelheid afleiding en ruis is gigantisch. Het algoritme van Google is ook commercieel ingeven. Een mbo-student wil weten hoe iets werkt, niet waar je het koopt. Daar komt nog eens bij dat het leesniveau van meeste mbo-studenten overeenkomt met het streefniveau van eind basisschool. Veel relevante publicaties zijn voor en door academici geschreven. Om dezelfde reden dat juristen hun eigen juridische databases gebruiken, zouden (v)mbo-studenten ook toegang moeten krijgen tot dergelijke vakspecifieke ‘databases’ met relevante educatieve online informatie voor hun opleiding.

Missmatch met praktijk versus parate kennis

Het is al lange tijd een probleem dat veel studenten die klaar zijn op een ROC en gaan werken, een grote missmatch ondervinden met de vraag van de werkgevers. Die hebben het gevoel dat zij mensen moet bijscholen. De tendens is dan ook dat grote bedrijven hun eigen opleidingen beginnen. De mbo als sector is eigenlijk haar mandaat aan het verliezen. Enkele samenwerkingsverbanden zijn hiervan een uitvloeisel. Denk ook aan de vele vormen van hybride leren. Het draait daarbij altijd om actuele, specifieke kennis uit de praktijk. In een tijd waarin de technische ontwikkelingen zo snel gaan, is het ook niet gek dat de opleidingsinstituten moeten meebewegen. Dat ze toe zijn aan een nieuwe modus operandi. En dat de docententeams binnen de opleidingen behoefte hebben aan inhoudelijke ondersteuning. Zodat zij zich op de didactische begeleiding kunnen richten. En de aangereikte kennis kunnen plaatsen in de traditie.

onderwijsinstellingen kunnen creatieve oplossingen en reeds ontwikkeld lesmateriaal inventariseren en met elkaar en/of met praktijkopleiders uitwisselen

uit SER rapport (2017) ‘toekomstgericht bedrijfsonderwijs’

Groeiend ecosysteem

Stichting Consortium Beroepsonderwijs heeft samen met Wizenoze ‘Web for Classrooms voor het  beroepsonderwijs’ ontwikkeld. Het programma crawlt de juiste bronnen, gelet op de specifieke kenniswensen van de grote werkgevers. Samen met het Consortium ontwikkelen en testen zij specifieke sub-collecties voor de verschillende beroepsopleidingen waarvoor het Consortium actief is. Deze sub-collecties worden geïntegreerd en doorzoekbaar gemaakt in Digibib, de online leeromgeving van Stichting Consortium Beroepsonderwijs.

Studenten hebben zo toegang tot dit slimmere internet voor het beroepsonderwijs binnen de bestaande onderwijscontexten. Bijvoorbeeld tot allerlei educatieve informatie die Tesla beschikbaar maakte. Docenten hebben vaak kennis van jaren terug, terwijl de markt zit te wachten op mensen die iets weten van elektrische auto’s. Wizenoze gaat op zoek naar die bronnen. Zo kan het Consortium hiermee hun leermiddelen zo actueel mogelijk aanbieden, waarmee ze de kennis en vaardigheden van studenten beter aan kunnen laten sluiten op de behoeften in de arbeidsmarkt.

De collectie voor het beroepsonderwijs wordt uiteraard het meest succesvol als betrokken docenten en studenten die het systeem gaan gebruiken (de ‘crowd’) actief gaan bijdragen aan de kwaliteit van de collectie door nieuwe websites aan te leveren die nog niet zijn opgenomen in de collectie voor hun vakgebied. Bouw jij ook mee aan een beter internet voor jouw studenten?


Stem op Wizenoze voor de Computable Awards 2020;

uit het Juryoordeel van de Computable Awards; Wizenoze bekijkt antwoorden op de voor de hand liggende vragen (eerst automatisch maar ook handmatig) Daarbij wordt het risico van misleiding, verouderde informatie en een mismatch in niveau voorkomen. Daarom is dit volgens de jury van de Computable Awards in de categorie Onderwijsproject een terecht genomineerde.

Bronnen:

Vakblad Profiel; Naar een slimmer internet voor het beroepsonderwijs

Marketingfacts; met meer info over het business model: Wizenoze maakt het internet geschikt voor studenten

Digibib: de digitale leermiddelenbibliotheek

Achtergrond info:

Parool; Vmbo’ers lezen slecht: scholen komen met verplichte leesuren

via Scienceguide: uit het SER rapport van 2017; Toekomstgericht beroepsonderwijs. Over hybride leren en de interactie tussen bedrijfsleven en beroepsonderwijs, vanaf blz. 61 “Beter toerusten onderwijsinstelling/ docenten/praktijkopleiders”

 

Posted by Redactie Onderwijscommunity