Onderwijsassistenten als leerkrachtondersteuner

In februari 2019 startte Eenbes Basisonderwijs, samen met het Summa College, een opleidingstraject om onderwijsassistenten op te leiden tot leerkrachtondersteuner. Niet als dé oplossing voor het lerarentekort; wel vanuit de gedachte dat het onderwijs anders georganiseerd moet worden.

Upgrade voor de onderwijsassistent – enthousiasme alom

Het takenpakket van de basisschooldocent loopt over, is een veel gehoorde klacht. Zeker na het invoeren van het passend onderwijs en de extra administratie en vooral aandacht in de klas die dat meebrengt. Bovenop de vaak al onderbezette docententeams. Met veel extra werkdruk en uitval tot gevolg.

Eenbes hield de manier van werken tegen het licht. ‘Kunnen we blijven volstaan met traditioneel onderwijs: één leerkracht voor de klas die verantwoordelijk is voor alles wat kinderen nodig hebben en verdienen? Of doen we er goed aan om met meer kwalificaties te gaan werken, zodat we die aandacht kunnen bieden die kinderen nodig hebben?’ aldus Wim Jansen, bestuurder bij Eenbes. Daarbij kwam een stevigere rol voor onderwijsassistenten in beeld. Ik geloof dat als we deze mensen meer meegeven, zij meer in de klas kunnen betekenen vult Eric van Son, directeur van het Expertise Netwerk van Eenbes aan.

Ik geloof dat als we deze mensen meer meegeven, zij meer in de klas kunnen betekenen.  

Theorie en praktijk

Inmiddels is de eerste groep studenten bijna klaar. Met een onverwachte ‘bijvangst’: ‘De helft van deze groep is zo enthousiast dat ze graag verder willen studeren aan de pabo.’ Belangrijk element van het opleidingstraject van een jaar is het coachende element. De opleiding bestaat uit vier blokken van elk drie maanden.

  • over de organisatie en persoonsvorming;
  • pedagogiek;
  • didactiek; waarbij bijvoorbeeld planmatig werken en specifieke ondersteuningsbehoeften en problematieken behandeld worden;
  • over de toekomst: de koers van onze stichting, maar ook landelijke en wereldwijde ontwikkelingen die het onderwijs raken.

Elke vrijdag komen de onderwijsassistenten bij elkaar: de ene week krijgen ze les, op de andere vrijdag kunnen ze elkaar ontmoeten en samenwerken onder begeleiding van een coach. Daarnaast doen ze praktijkopdrachten op de scholen, waarbij ze begeleiding en feedback krijgen van mentoren. Eind januari 2020 ronden ze de opleiding af met een praktijktoets en een theoretische opdracht.

Een netwerk én zelfvertrouwen

De reacties zijn meer dan positief. Eric: ‘Door de koppeling van theorie en praktijk ontstaat een enorme drive. De onderwijsassistenten die meedoen zijn heel enthousiast, gaan er echt voor en hun zelfverzekerdheid groeit aanzienlijk. De helft van hen wil zelfs de stap zetten naar de pabo. Een stap die zonder dit opleidingstraject vaak als te groot voelt. Wat zij verder als heel waardevol zien is de uitwisseling met hun collega’s. Een onderwijsassistent opereert vaak als eenling binnen een school, nu zijn ze onderdeel van een netwerk. Kortom: winst op meerdere fronten.’ En dit werkt natuurlijk door in de groepen waarmee zij werken. Nu deze assistenten hun eigen barrières overwonnen hebben, lijken zij wel beter in staat om kinderen te ondersteunen die zelf juist tegen bepaalde belemmeringen aanlopen.

Uitval ondervangen

Eric van Son, directeur van het Expertise Centrum licht toe, ‘Als de onderwijsassistenten het opleidingstraject succesvol hebben afgerond, worden zij actief ingezet op de scholen. Zij kunnen zorgen voor verlichting in de klas en de leraren ondersteunen. Bovendien zitten enkele mensen ook in onze vervangerspool. Als we bij ziekte geen vervangende leraar hebben, kunnen we wel een van de nieuwe leerkrachtondersteuners sturen.’ Onder supervisie van een bevoegd docent.(red.)

Bevoegdheid

De regels rond de bevoegdheid om les te mogen geven zijn streng. Onderwijsassistenten mogen bijvoorbeeld niet voor de klas. Onderwijsondersteuners uiteindelijk wel. “Ze hebben uiteindelijk voldoende pedagogische en didactische achtergrond om onder supervisie van een docent voor een grote groep kinderen te staan”, zegt Danielle Soers van het Summa college. Zij is verantwoordelijk voor de leergang binnen het Summa college.

De studenten krijgen een certificaat, dat voorlopig alleen geldig is binnen vestigingen van Eenbes, maar in de toekomst wellicht ook op andere scholen. “Voor de onderwijsassistent is het een mooie doorgroeimogelijkheid. Het doel is om het concept landelijk uit te kunnen rollen. Het is een gat in de markt, precies waar het werkveld op dit moment om vraagt”, zegt Danielle.

Nancy van den Heuvel werkt al tien jaar als onderwijsassistent en voor haar is de opleiding een uitkomst. “Het geeft mij de kans om mij verder te ontwikkelen. De stap naar de pabo is wel een hele grote. Dit is een mooie tussenstap. Zo kan ik uiteindelijk de leraren echt ontlasten.” Sanne Zuidwijk denkt er net zo over: “Ik ben er een aantal jaar uit geweest. Ik wil méér betekenen dan alleen die onderwijsassistent zijn. Met deze opleiding kan ik wel die hele klas draaien als het nodig is. Voor de school is het ook goed om ons op deze manier in te kunnen zetten.”

Halsstarrig systeem

Ondanks dit succesverhaal loopt Eenbes tegen een probleem aan: de studenten krijgen na het afronden van het opleidingstraject een getuigschrift en geen officieel diploma. Dat laatste is wel de nadrukkelijke wens van Eenbes. Tot frustratie van Wim Jansen, ‘We lopen bij dit soort initiatieven meteen aan tegen het systeem dat we decennia geleden hebben ingericht. Niemand geeft thuis in het tussengebied tussen mbo en hbo en zo zijn er meer voorbeelden te noemen van de starheid van ons onderwijsstelsel. Ik zou de sector echt willen oproepen om systemen en eilandjes aan de kant te durven zetten en met elkaar te denken in oplossingen.’

Duurzame beweging

Ondanks dit open eindje, zijn Wim en Eric meer dan tevreden over de pilot. ‘We hebben de onderwijsassistenten de kans gegeven om tot bloei te komen en aangetoond hoeveel meerwaarde ze bieden in de scholen. Dat is prachtig om te zien. Daarnaast hebben we het Summa College goed leren kennen en zij ons. Die samenwerking is pure winst, niet alleen nu, maar ook op de langere termijn’. Voor de toekomst heeft Eric nog wel een wens:

Ik zou graag willen zien dat opleidingsinstituten de werkplek – de scholen – een stevigere positie gaan geven.

Eric van Son is directeur van het Expertise Netwerk van Eenbes

‘De stageschool biedt zowel praktijk als de daaraan gerelateerde theorie aan. Door deze koppeling kan de student het geleerde meteen toepassen en dat beklijft dan beter. Als we elkaar hierin vinden, kunnen we wellicht een deel van de pabo opleiding in onze praktijk wegzetten. Dan kan er een vernieuwende, duurzame beweging ontstaan’.

Kortom, drie belangrijke leerpunten:

De opleiding en extra aandacht voor inzet van onderwijsassistenten bij Eenbes, zorgde voor minder uitval en meer leeropbrengst een een verbeterde werksfeer.

Lerend netwerk

Binnen de relatief kleine gemeenschap van 26 basisscholen is al na een eerste leergang een netwerkje ontstaan van onderwijsassistenten. Zij zullen een volgende lichting onderwijsondersteuners ook weer tegenkomen en het ligt voor de hand dat een vliegwielwerking ontstaat. Allen kregen een boost in zelfvertrouwen dat ze meenemen in hun klassen; dat afstraalt op de kinderen waarmee ze werken. De docenten die door hen ondersteund worden kunnen meer delegeren en zullen met geruster hart voor de klas staan, minder gestrest dus.

Coaching en ondersteuning

Belangrijk is de rol van de coach. De assistenten hebben hun begeleiding als waardevol ervaren. Daar waar de studenten tegen hun eigen belemmerende patronen aanliepen konden ze wel een steuntje gebruiken. Dat klinkt zo logisch, maar met het uitval percentage van zij-instromers in het achterhoofd, lijkt dat idee niet wijdverspreid of in uitvoering tekort te schieten.

Aansluiting en verdieping

De samenwerking met de betrokken Pabo instelling zorgt ook voor directe feedback uit de praktijk. De docenten krijgen zo dus meer gevoel met het veld en meer verdieping van onderwijsstof. De taakopdrachten die de assistenten meekrijgen worden immers begeleid en geëvalueerd. Deze directe feedback kan ook hun reguliere curriculum weer ten goede komen. Wat een winst. Een mooi model om uit te rollen in andere regio’s. En voor het ministerie om als leerroute te erkennen.


Bron

PO-Raad; Aanpak lerarentekort

DUB; Kwart van de zij-instromers redt het niet

Posted by Redactie Onderwijscommunity