Bijspijkerles wint sterk aan terrein

In Nederland is het gebruik van bijlessen, examentrainingen en huiswerkbegeleiding de afgelopen jaren sterk toegenomen. Deze vormen van privaat bekostigd, aanvullend onderwijs worden ook wel schaduwonderwijs genoemd. Over het toenemend gebruik van schaduwonderwijs leven veel vragen, zowel in wetenschap, beleid als praktijk. Welke leerlingen gebruiken schaduwonderwijs en waarom? In hoeverre hangt het gebruik van schaduwonderwijs samen met de kwaliteit en inrichting van ons onderwijsstelsel? En wat zijn de gevolgen van het gebruik van schaduwonderwijs voor leerlingen en voor het onderwijs zelf?

Over schaduwonderwijs

Met de term schaduwonderwijs worden aanvullende onderwijsactiviteiten aangeduid. Op eigen kosten te volgen, na schooltijd ter verbetering van het leren en presteren op school. De term schaduwonderwijs verwijst dus niet naar privéscholen die leerlingen bezoeken in plaats van het reguliere, publiek bekostigde onderwijs.

 

Hoe hoger opgeleid of rijker de ouders, hoe groter de kans dat leerlingen gebruik maken van schaduwonderwijs.

 

Buitenschoolse lessen in vakken die geen deel uitmaken van het reguliere onderwijsprogramma, zoals het leren van een extra taal, muziek, toneel, sport of religie-beoefening, vallen niet onder de noemer schaduwonderwijs. Schaduwonderwijs gaat om onderwijsaanbod waarvoor gezinnen betalen. De hulp die een familielid, vriend of buurman incidenteel of structureel biedt bij schoolwerk valt niet onder de definitie van schaduwonderwijs.

 

Jaarlijks zo’n 200 miljoen aan bijlessen

Gebruik van schaduwonderwijs is van alle tijden. In Nederland was het gebruik tot nu toe echter lang niet zo wijdverbreid als in sommige andere landen, zoals bijvoorbeeld Zuid-Korea, Japan of Griekenland. De afgelopen jaren kwamen steeds meer signalen binnen dat leerlingen in Nederland in toenemende mate gebruikmaken van schaduwonderwijs. Scholen en ouders merkten dat steeds meer leerlingen in een klas deelnemen aan een vorm van schaduwonderwijs (Elffers, 2018).

Het CBS berekende dat de jaarlijkse huishouduitgaven aan schaduwonderwijs in twintig jaar tijd stegen tot zo’n 200 miljoen euro. De toename in uitgaven is het sterkst in het voortgezet onderwijs. Naar schatting maakt tegenwoordig 1 op de 3 gezinnen met kinderen in het voortgezet onderwijs gebruik van een vorm van schaduwonderwijs (De Geus & Bisschop, 2017).

 

Overzichtsstudie

Met behulp van een subsidie van het Nationaal Regieorgaan Onderwijsonderzoek is een overzichtsstudie uitgevoerd naar de stand van de kennis over schaduwonderwijs in Nederland en in internationaal perspectief. In een overzichtsstudie wordt alle beschikbare evidentie over een onderwerp samengenomen en geanalyseerd.

In deze publicatie gaan de onderzoekers ook specifieker in op de vraag wat de bevindingen betekenen voor de Nederlandse context. Hiertoe is in november 2018 een bijeenkomst georganiseerd met zo’n 100 docenten, beleidsmakers, onderzoekers en aanbieders van schaduwonderwijs. Met elkaar – met behulp van professor Mark Bray van de Universiteit Hong Kong, dé internationaal expert op het terrein van schaduwonderwijs – is gereflecteerd op de bevindingen en zijn vragen voor vervolgonderzoek geïdentificeerd. De opbrengsten van deze bijeenkomst zijn verwerkt in de rapportage die je onderaan kunt downloaden.

 

Competitieve stelsel juist versterkt

Uit de analyse komt een duidelijke relatie naar voren tussen de sociaal-economische achtergrond van leerlingen en het gebruik van schaduwonderwijs. Daarbij lijkt schaduwonderwijs met name in onderwijsstelsels die gekenmerkt worden door selectie en differentiatie – zoals het Nederlandse onderwijsstelsel – vooral een competitieve functie te vervullen, waarbij extra begeleiding en bijlessen worden ingezet om toegang te krijgen tot een gewenste onderwijsroute. Eenduidige effecten van het gebruik van schaduwonderwijs op schoolprestaties worden niet gevonden.

 

Gebrek aan kennis is een probleem

Tot slot wordt gereflecteerd op de lessen die uit de huidige stand van de kennis kunnen worden getrokken. De Nederlandse kennisbasis is weliswaar groeiende, maar nog te beperkt om duidelijk richting te kunnen geven aan beleid en praktijk in reactie op de opkomst van schaduwonderwijs in Nederland. De aanbevelingen liggen dan ook met name op het gebied van nader onderzoek. Mede op basis van de inbreng van betrokkenen uit het onderwijsveld – leraren, lokale en landelijke beleidsmakers, onderzoekers en aanbieders van schaduwonderwijs – wordt een aanzet gegeven voor een onderzoeksagenda met betrekking tot het schaduwonderwijs in Nederland.

Vragen die nog open liggen, hebben onder meer betrekking op de relatie tussen kenmerken van het reguliere onderwijs en het gebruik van schaduwonderwijs. Ook is meer onderzoek gewenst naar de gevolgen van het gebruik van schaduwonderwijs voor leerlingen, maar ook voor leraren, scholen en het onderwijsstelsels als geheel.


Lees meer

Hier download je de publicatie

 

Posted by Redactie Onderwijscommunity