Stevig marktaandeel een feit

De omzet van bedrijven die actief zijn op het gebied van aanvullend onderwijs is fors gestegen tussen de kalenderjaren 2015 en 2017. De deelname aan betaalde vormen van aanvullend onderwijs is tussen de schooljaren 2016-2017 en 2018-2019 gelijk gebleven. Aanvullend onderwijs is in het vo meer dan in het po vervlochten met het reguliere onderwijs.

In navolging van het rapport Licht op schaduwonderwijs uit 2017 hebben SEO en Oberon vervolgonderzoek gedaan naar de verschijningsvormen en het gebruik van aanvullend onderwijs en de motieven om eraan deel te nemen.

Verschijningsvormen en motieven

Aanvullend onderwijs kent vele verschijningsvormen, die een zekere mate van overlap met elkaar
hebben. Grofweg kunnen er zes verschijningsvormen worden onderscheiden:

  • bijles
  • huiswerkbegeleiding
  • toets- of examentraining
  • extra ondersteuning bij specifieke leerbehoeften
  • studievaardighedentraining
  • extra oefenen buiten schooltijd.

Extra leerondersteuning is daarbij een ingewikkelde vorm, omdat ondersteuning binnen het reguliere onderwijs, passend onderwijs en aanvullend onderwijs onderling afhankelijk kunnen zijn.

Meest voorkomende vormen

In het po zijn extra oefenen buiten schooltijd, extra ondersteuning bij specifieke leerbehoeften en bijles de meest voorkomende vormen van aanvullend onderwijs. Zowel het extra oefenen, de extra leerondersteuning en de bijles worden ingezet om extra begeleiding te bieden aan leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften en om  achterstanden weg te werken. In het vo zijn bijles, huiswerkbegeleiding en examentraining de meest gebruikte vormen van aanvullend onderwijs.

Onderwijskwaliteit ondermaats bevonden

Het hoofddoel van bijles is het verbeteren van onvoldoende onderwijsprestaties. Huiswerkbegeleiding heeft daarnaast ook als doel het verbeteren van studieprestaties en het toezicht houden en ondersteuning bieden bij het maken van huiswerk. Ouders die hun kinderen op bijles doen, doen dit vaker omdat zij de onderwijskwaliteit op school tekort vinden schieten dan ouders die hun kinderen op huiswerkbegeleiding doen. Examentraining dient ter voorbereiding op belangrijke toetsen of examens. Een groot deel van de ouders die betalen voor examentraining is van mening dat de school deze ondersteuningsvorm aan iedere leerling zou moeten aanbieden.

Deelname, kosten en omzet

Groep 8-leerlingen maakten in 2018-2019 substantieel gebruik van drie vormen aanvullend onderwijs: oefenen buiten schooltijd, extra ondersteuning bij specifieke leerbehoeften en bijles. Een kwart van de groep 8-leerlingen volgde in 2018-2019 aanvullend onderwijs. Ongeveer de helft hiervan deed dit in onbetaalde vorm. In betaalde vorm werd het meeste gebruik gemaakt van bijles (6 procent). 31 procent van de leerlingen in het vo maakte in 2018-2019 gebruik van een vorm van aanvullend onderwijs, 13 procent van een onbetaalde vorm. In het vo was bijles ook de meest gebruikte betaalde vorm. 10 procent van de vo-leerlingen maakte gebruik van een betaalde vorm. Ook voor huiswerkbegeleiding, examentraining en oefenen buiten schooltijd worden regelmatig kosten gemaakt door ouders (respectievelijk 7 procent, 4 procent en 6 procent in het vo).

Scholen hebben handschoen opgepakt

In vergelijking met 2016-2017 is deelname aan betaalde vormen van aanvullend onderwijs gelijk gebleven. Er is sprake van een daling van onbetaalde deelname. Dit komt waarschijnlijk doordat in de enquête over 2018-2019 de nadruk werd gelegd op aanvullend onderwijs buiten schooltijd. In 2016-2017 was dit minder expliciet in de enquête vermeld, waardoor deelname binnen schooltijd mogelijk in de deelnamecijfers is beland. Een andere mogelijke verklaring is dat scholen meer zijn gaan aanbieden binnen het reguliere onderwijs, waardoor deelname aan aanvullend onderwijs (met name onbetaald) is afgenomen.

Net als de deelname zijn ook de kosten voor aanvullend onderwijs niet significant toe- of afgenomen. In 2018-2019 worden de totale uitgaven voor aanvullend onderwijs bij vo-leerlingen geschat op 142 miljoen tot 207 miljoen euro. Voor po-leerlingen uit groep 8 zijn de geschatte uitgaven 13 miljoen tot 25 miljoen euro.

Een analyse van de omzetten tussen 2015 en 2017 laat wel een beeld zien van een groeiend privaat deel van de markt. Bedrijven die huiswerkbegeleiding, bijles of toets- en examentraining aanbieden hadden in 2015 gezamenlijk een omzet van circa 49 miljoen euro. In 2017 is dit gestegen naar 69 miljoen. Samengevat lijkt het erop dat de markt voor aanvullend onderwijs tot 2017 is gestegen en daarna nagenoeg stabiel is.

De mediane kosten die ouders maken voor aanvullend onderwijs voor leerlingen uit groep 8 zijn het hoogste voor extra leerondersteuning. Ouders die hiervoor betalen, zijn er doorgaans 800 euro per schooljaar aan kwijt. Dat is meer dan voor bijles (575 euro) of oefenen buiten schooltijd (100 euro). In het vo kost huiswerkbegeleiding ouders doorgaans het meest (800 euro per schooljaar). Bijles kost ouders doorgaans 300 euro, examentraining 280 euro en oefenen buiten schooltijd 200 euro.

Vooral in de grote steden en met name havo/vwo

Betaalde deelname hangt in het po en in het vo samen met het opleidingsniveau van ouders. Hoe hoger opgeleid de ouders, hoe meer gebruik wordt gemaakt van betaalde deelname. Wel is het zo dat onbetaalde vormen van aanvullend onderwijs vaker worden afgenomen door leerlingen met lager opgeleide ouders. In het havo en vwo vindt meer deelname aan betaalde vormen plaats dan in het vmbo. Leerlingen uit de Randstad, met name uit de G4-steden, maken vaker gebruik van aanvullend onderwijs dan leerlingen daarbuiten.

Deelname aan betaald aanvullend onderwijs (met name bijles) hangt samen met de perceptie van ouders over de kwaliteit van het reguliere onderwijs. Ouders die negatiever oordelen over de onderwijskwaliteit, kopen vaker aanvullend onderwijs in voor hun kinderen. Toch is het zo dat 80 tot 90 procent van de ouders die betalen voor aanvullend onderwijs, liever gebruikmaakt van een kosteloos alternatief op de school als dit beschikbaar zou zijn.

Verhouding tot regulier onderwijs

Op po-scholen gebeurt er relatief weinig op het gebied van aanvullend onderwijs. Soms omdat de scholen er principieel op tegen zijn, zeker om met externe partijen te werken. Toch organiseert 15 procent van de geënquêteerde po-scholen bijles en 20 procent extra ondersteuning bij specifieke leerbehoeften. De ondersteuning is vaak in samenwerking met externe partijen en is erop gericht begeleiding te bieden voor leerlingen die dat vanwege een specifieke onderwijsbehoefte nodig hebben. Po-scholen zijn overwegend positief over de gevolgen van deelname aan aanvullend onderwijs op de eigen lespraktijk. Zeker als de extra ondersteuning gericht wordt op de specifieke behoeften van de leerling, dan levert dat volgens po-scholen betere onderwijsprestaties en meer zelfvertrouwen op.

Externen op school; voorzichtige vervlechting?

In het vo is aanvullend onderwijs veel meer vervlochten met het reguliere onderwijs. Twee derde van de vo-scholen biedt huiswerkbegeleiding aan, iets meer dan de helft examentraining en de helft bijles. Bij huiswerkbegeleiding en examentraining is dit meestal in samenwerking met een externe partij. Voor huiswerkbegeleiding dragen ouders het vaakst zelf voor de kosten. De meest genoemde reden voor samenwerking met een externe partij is het ontlasten van de eigen leraren.

Uit de vo-schoolcasussen blijkt dat indien een externe partij eenmaal samenwerkt met een school, de drempel naar het aanbieden van andere diensten op de school klein is. Het kostenaspect is ook een belangrijke overweging; uren van een leraar zijn duurder dan de flexibele inzet van externe partijen.

Positieve geluiden

Een aantal scholen heeft beleid/maatregelen om de behoefte aan betaald aanvullend onderwijs te minimaliseren. Dit doen ze door ernaar te streven zoveel mogelijk maatwerk te leveren en door zelf aanvullend onderwijs aan te bieden. Vo-scholen zijn net als po-scholen overwegend positief over de gevolgen van deelname aan aanvullend onderwijs voor de lespraktijk. De meeste scholen denken dat de schoolprestaties, de motivatie en het zelfvertrouwen van deelnemers toeneemt. Negatieve bijeffecten worden niet genoemd.

Particulier onderwijs

Het particulier onderwijs bestaat uit B2-instellingen, die vo aanbieden en het eindexamen mogen afnemen en B3-instellingen, die po en vo aanbieden en geen examens mogen afnemen of diploma’s mogen uitreiken.

Het aantal B2- en B3-instellingen is de afgelopen drie jaar gegroeid, met name B3-instellingen die po aanbieden. Het aantal leerlingen op B2- en B3-instellingen is meegegroeid. Op B2-instellingen zaten in 2013 ongeveer 1.800 leerlingen tot en met 18 jaar, in 2018 waren dit er ongeveer 1.900. Op B3-instellingen zitten minder leerlingen, maar is het aantal wel sterker gegroeid. In 2013 zaten circa 400 leerlingen in de po-leeftijd en 400 leerlingen in de vo-leeftijd op B3-instellingen. In 2018 was dit respectievelijk circa 900 en circa 600 leerlingen.

Particuliere scholen noemen vier redenen van leerlingen en ouders om te kiezen voor het particulier onderwijs:

  1. leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften zoals hoogbegaafde leerlingen of leerlingen met gedragsproblemen dreigen volgens particuliere scholen vast te lopen in het reguliere onderwijs;
  2. ouders vinden dat het reguliere onderwijs niet voldoende aansluit bij hun wensen en verwachtingen, onder andere ten aanzien van de klassengrootte;
  3. ouders wensen meer vrijheid bij het leren;
  4. leerlingen en ouders hebben specifieke wensen ten aanzien van bijvoorbeeld de lestijden.

 


Lees meer

Download de rapportage ‘Aanvullend en particulier onderwijs‘, van de SEO en Oberon, 2019

Download het rapport Licht op Schaduwonderwijs uit 2017

 

Posted by Redactie Onderwijscommunity