Doe eens gek, kom uit je comfortzone

Opvoeding en onderwijs doen doorgaans een vrij eenzijdig beroep op het ontwikkelende brein. De ratio en de logica en bijvoorbeeld het taalcentrum worden aangesproken. Tijdsdimensies van het verleden en de toekomst komen aan bod. Veel minder aandacht gaat uit naar het stimuleren van creativiteit en de fantasie. Evenzo is weinig aandacht voor de emotie of naar het zich bewegen in het hier en nu. Best wel een kaalslag dus, met alle gevolgen voor het lerende vermogen.

Om kinderen echt iets te leren, moeten we dat leren zo divers inrichten, dat het kinderbrein op allerlei manieren geprikkeld wordt, betoogt Martine Blonk-Meulenkamp. De leerstof moet zó gevarieerd zijn, dat het daardoor diep kan verankeren. Als het hele lerende register wordt aangesproken, is het idee, dan komt de stof ook echt aan.

Het nut van leerrijk onderwijs is gebaat bij een leerkracht die zijn eigen manier van lesgeven en het leren van de kinderen regelmatig tegen het licht houdt.

Verschillende leerlingen leren verschillend

Aldus Kirschner en hij raakt daarbij een belangrijk punt. Een overkoepelende didactiek die voor iedereen ideaal is, bestaat niet. Dus is het zaak om het gevoel van autonomie te vergroten; zo krijgt de leerling meer regie over zijn proces en zal zijn motivatie en aandacht toenemen. Of zoals Kirschner stelt;

Een goede leerkracht weet hoe hij of zij het best kan inspelen op de sterktes van de leerling om te compenseren voor de zwaktes, net als een goede chef

In het verlengde hiervan is ook het begrip Transfer van belang: het gebruiken van kennis in een geheel andere situatie dan waarin de kennis geleerd is. Niet alleen is het daarvoor van belang dat het geleerde goed begrepen is en als nuttig wordt ervaren, vaak moet de leerling er ook expliciet toe worden aangezet. Voor deze kruisbestuiving is dus de inbreng van de leerkracht van belang.

Leren, doen én reflecteren

Leerlingen die op diverse manieren geprikkeld worden, die zelf met de materie aan de slag gaan en hun eigen proces leren bezien, zullen de stof beter onthouden. Zo wordt er een leeromgeving gecreëerd waarbij die denkvaardigheden worden gestimuleerd, die in hun verdere ontwikkeling terug zullen komen en zodoende worden bestendigd.

Tijdens het lesgeven kan bijvoorbeeld de nadruk liggen op de voortgang. De auteur haalt hierbij het mentale model aan. (Resnick, 1987) Daarbij krijgt niet een product de centrale plek, maar de wijze waarop je tot het product komt. Het mentale model stelt dat op de plek waar kennis, denken en uitvoeren elkaar ontmoeten het meest wordt geleerd. Dus als de leerling daadwerkelijk met de opgedane kennis heeft geworsteld, erop heeft gereflecteerd en deze in een andere context heeft toegepast is er sprake van dieper leren.

Dieper leren door de juiste feedback

Het soort feedback dat ook de leerkracht inzicht geeft in het leerproces van de leerling. Het helpt de leerkracht in dat geval om eventuele struikelblokken te helpen nemen. Of om deze anders en met meer variatie aan te snijden. Het soort feedback dat de docent inzicht geeft in het proces van de betreffende leerling.

Ook voorafgaand aan het traject zou men enkele vragen kunnen stellen:

  • Welke vragen stel je jezelf?
  • Welke betekenis heeft de leerstof voor jou? Wat wil je leren? Waarom?
  • Wat is straks in het proces belangrijk om te komen tot een goed eindproduct?

Zo kun je de leerling helpen inzichtelijk te krijgen, hoe hij met de stof om kan gaan, om de mogelijkheden te zien. Hetgeen dan ook weer je onderwijsmethode zal verbreden.

Tips voor het geven van feedback

In het boekje ‘Hoe bedenk je het?’ van Jenny de Bode e.a. staan een aantal prachtige handvatten rond het geven van feedback:

In de feedback reageer je als leerkracht op een manier die tot dieper nadenken uitnodigt:

  1. Waardeer eigenwijsheid: Laat leerlingen niet (alleen) scoren met hoge cijfers of perfecte antwoorden. Geef complimenten voor originele ideeën en voor het durven uiten van een mening waar niemand het mee eens was.
  2. Signaleer aannames en (voor)oordelen en zet daar vraagtekens bij.
  3. Bied keuzes en de mogelijkheid om op die keuzes terug te komen.
  4. Geef tijd om creatief te denken. Voor het bedenken van iets inventiefs of origineels hebben we tijd nodig. Te veel van de standaard leerstof laat leerlingen geen tijd om creatief te denken.
  5. Doe ook in toetsen een beroep op creatief denken.
  6. Leer leerlingen onzekerheid te accepteren. Een nieuw idee komt vaak stukje bij beetje en geeft in de periode voordat het vaste vorm krijgt een wankel gevoel. In dat stadium is aanmoediging nodig om de tijd te nemen en het leren dat dit bij deze fase van het proces hoort.
  7. Straf fouten niet af. Zie fouten als een groeimogelijkheid en help kinderen te leren van hun fouten.
  8. Leer leerlingen omgaan met obstakels. Brainstorm regelmatig met je klas over manieren om een gegeven probleem te tackelen en laat ze nadenken over mogelijke strategieën.
  9. Onderwijs eigen verantwoordelijkheid. Hieronder vind je daar meer uitleg bij.

Het mentale model; introspectie

De auteur besluit vervolgens met het belang van eigen verantwoordelijkheid binnen het mentale model. Dat de leerling zijn eigen proces leert bezien. Wat er goed en fout ging en waar het een andere keer beter of anders kan. Dit retrospectief ondervangt ook de inerte houding van de leerling om externe factoren aan te wijzen voor het slagen of falen van hun uitvoering. Maak ze eigenaar van hun proces; laat ze nadenken over hun eigen kennis, hun proces en hun uitvoering.

Als je als leerkracht vragen over het proces stelt, krijg je input die je goed kunt gebruiken om je focus voor de komende tijd te bepalen. Daarbij zul je zelf uit je comfortzone moeten stappen van routine en eigen expertise en samen met de leerlingen op zoek moeten gaan wat de volgende stap wordt in het leren. Voorkom daarin de cognitieve eenzijdigheid. Leg de nadruk op de brede vorming.


voor het hele artikel, lees meer

 

Posted by Redactie