Hoe integreer je off- en online onderwijs?

Om tot hybride leren te komen is het onvoldoende om online componenten aan het reeds bestaande offline onderwijs toe te voegen. Het gaat om de integratie van – en afstemming tussen – beide componenten. Vragen die we ons daarbij moeten stellen zijn onder andere:

  • Hoe kan het onderwijs zo worden georganiseerd dat online en offline activiteiten complementair zijn aan elkaar?
  • Wat werkt beter online en wat werkt beter op locatie?
  • Hoe kunnen doelen worden behaald door optimale combinatie van online en offline?
  • Hoe kan de leeropbrengst worden vergroot en ‘leren als een continu proces’ worden gevoed?
  • Hoe kan daarbij de transfer tussen online onderwijs en offline onderwijs worden bevorderd?

Afstandsleren staat inmiddels pontificaal op de onderwijskaart. Het wiel wordt uitgevonden tijdens het fietsen, lijkt het wel. Laten we leren van elkaar. Met dank dus aan de open en zelfkritische houding van HAN het team van toegepaste psychologie en Geert Janssen in het bijzonder.

De geleerde lessen:

na een enquête onder 470 studenten

  1. Gooi in het diepe, maar sta klaar met zwembandjes.
  2. Bied structuur, duidelijkheid en overzicht.
  3. Werk in kleine groepen.
  4. Activeer.
  5. Ben kort en krachtig en houd de vaart erin.
  6. Maak kennisoverdracht tijd- en plaatsonafhankelijk.
  7. Gebruik (online) contactmomenten voor (interactieve) kennisverwerking én kennistoepassing.
  8. Controleer op begrip en monitor de voortgang van je studenten.
  9. Kies je werkvormen zorgvuldig.
  10. Plan en organiseer het contactmoment weloverwogen.

Deze punten worden hieronder stapsgewijs toegelicht.

Menselijk contact blijft de spil

Contactonderwijs vormt de kern van onze onderwijsleeromgeving. Hoewel het leerpotentieel wellicht hoger ligt bij online leren, zijn face-to-face bijeenkomsten nodig voor het bevorderen van onder andere de (ver)binding en het groepsgevoel. Des te groter wordt de urgentie om bij het vormgeven van het hybride leren zorg te dragen voor een koppeling tussen online en offline onderwijs, bijvoorbeeld door na te gaan en – voor docenten en studenten – inzichtelijk te maken hoe online en offline contactmomenten op elkaar aanhaken. Eerste voorwaardelijke les luidt dus: online en offline componenten tot één geheel integreren.

De bevindingen zoals gedestilleerd uit de enquête:

1. Gooi in het diepe maar sta klaar met zwembandjes

Naarmate onderwijs minder face-to-face en meer online plaatsvindt, wordt er een groter beroep gedaan op het ‘zelfregulerend leren’ van studenten. Hoewel dit aansluit op de tweede bouwsteen van HILL blijkt dat sommige studenten moeite hebben met het beroep dat deze onderwijsvorm op hun zelf-management doet. De ene student heeft meer behoefte aan sturing dan de andere. Aan deze behoefte aan sturing kan als volgt tegemoet worden gekomen:

  • Wanneer tijdens een online contactmoment een opdracht wordt aangeboden om zelfstandig uit te voeren, dan vinden studenten het bijvoorbeeld prettig om bij vragen of onduidelijkheden direct een docent te kunnen raadplegen. Een gelijktijdig inloopspreekuur waarbij een docent beschikbaar is voor eventuele vragen, zou hiervoor een oplossingsrichting kunnen zijn.
  • Wanneer het online onderwijs niet op een afgebakend moment in de tijd wordt aangeboden, dan zouden (facultatieve) vraag- en/of feedbackmomenten – of een platform waarop vragen, antwoorden en gedachten uitgewisseld kunnen worden – uitkomst kunnen bieden. Waarborg een duidelijke communicatie hierover met studenten, zodat zij goed weten waar en wanneer ze hiervoor terecht kunnen.
  • Wanneer er veel belangrijke inhoudelijke informatie verschaft wordt aan studenten, dan vinden studenten het prettig om dit nog eens rustig na te kunnen lezen. Hiervoor kunnen overzichtelijke checklists uitkomst bieden.

2. Bied structuur, duidelijkheid en overzicht

Uit zowel de evaluatie van online onderwijs onder studenten als de uitwisseling onder coördinatoren blijkt dat naarmate het onderwijs meer hybride wordt, de behoefte aan structuur, duidelijkheid en overzicht toeneemt. Kom aan deze behoefte tegemoet door:

  • Waar mogelijk één medium te gebruiken waarmee bestands- en informatieoverdracht, en liefst ook communicatie, plaatsvindt.
  • Duidelijk te maken hoe het (online) onderwijs is georganiseerd en wat hierin van de student wordt gevraagd; een overzichtelijke weergave van ‘wat er wanneer’ van hen wordt verwacht biedt soelaas. Denk hierbij bijvoorbeeld aan afspraken, lesvoorbereiding, deadlines en offline dan wel online contactmomenten.
  • PowerPoint-presentaties ter ondersteuning van online contactmomenten van te voren te delen en structuur te bieden door de slides te nummeren. Dit stelt studenten in staat om meteen aantekeningen te maken in de PowerPoint-presentaties.
  • Gedurende de (online) lessen duidelijk aan te geven waar je bent in het proces. Dit kan door regelmatig terug te komen op de lesagenda.

3. Werk in kleine groepen

Hoe groter de groep, hoe minder interactie, hoe lager de betrokkenheid, hoe lager de motivatie om bij te dragen. Hoe kleiner de groep, hoe meer interactie, hoe groter de betrokkenheid en hoe groter de leeropbrengst. Naarmate de groepsgrootte toeneemt, wordt bovendien de drempel om iets in te brengen hoger. In kleinere groepen kan bovendien beter worden ingegaan op de behoefte van de student. Daarnaast is de ervaren druk om een bijdrage te leveren onder studenten dan groter. Tenslotte is er meer en directer interactie en contact met elkaar. Overige geleerde lessen met betrekking tot het werken in kleine groepen:

  • Gebruik de chat functie en de hand opsteek functie om betrokkenheid te behouden en verhogen.
  • Nodig uit/Geef de beurt in de kleine groep om aandacht vast te houden en te verdiepen.
  • Voorkom dat begeleiding wegvalt tijdens het werken in kleine groepen. Werken in kleine groepen werkt goed, maar niet zonder begeleiding van een docent. Hierdoor valt motivatie namelijk weg. Er kan wel zonder begeleiding gewerkt worden in kleine groepen, mits er voor- en na-begeleiding aanwezig is. Dit kan verwezenlijkt worden door de les plenair te starten en te eindigen. Een korte terugblik op de opdracht is daarbij wenselijk.
  • Geef studenten een concrete opdracht mee wanneer zij moeten werken in kleine groepen, zeker wanneer begeleiding hierbij niet aanwezig is. Dit bevordert motivatie en betrokkenheid.
  • Zorg ervoor dat het werken in kleine groepen tijdens de les plaatsvindt en niet in de eigen tijd van studenten. In dat laatste geval blijkt uit de praktijk dat dit nauwelijks of niet gebeurt en ook weinig effectief is.
  • Zorg voor een vaste groep van studenten zodat zij goed weten waar ze aan toe zijn en gezamenlijk naar iets toe kunnen werken. Waak er dus voor dat er niet te veel verschillende of wisselende subgroepjes zijn.

4. Activeer

Tijdens online contactmomenten is het eens te meer belangrijk om studenten actief en betrokken te houden. Waar het in een offline bijeenkomst direct opvalt wanneer een student passiviteit vertoont of afgeleid raakt, daar blijft dit in online bijeenkomsten uit het zicht. Bovendien geven studenten aan het directe contact te missen en het van daaruit een grotere opgave te vinden om lang geconcentreerd te luisteren. Studenten worden geactiveerd door interactie. Dit sluit aan bij de ervaringen van coördinatoren:

  1. werk tijdens contactmomenten kort en intensief.
  2. creëer samenwerking.
  3. maak gebruik van peer-feedback (bijvoorbeeld middels aparte kanalen of via de chat).
  4. wissel af in werkvormen en bouw waar mogelijk keuzevrijheid in.
  5. zet de les voorbereid klaar in technisch opzicht, bijvoorbeeld door het aanmaken van kanalen voor het samenwerken in subgroepjes.

Aktief bij de les houden…

Mocht er tijdens contactmomenten een opdracht aan subgroepjes worden meegegeven, dan is het goed wanneer deze opdracht daarna wordt nabesproken waarbij er inbreng van tenminste één groepje wordt verwacht. Onduidelijkheid over om welk groepje het zal gaan, motiveert studenten eveneens om serieuzer aan de slag te gaan. Door per oefengroep een kanaal aan te maken waarin de docent op elk onaangekondigd moment kan meekijken wordt een digitaal ‘panopticum’ gecreëerd, waarmee ‘theekransjes’ naar verwachting in de kiem worden gesmoord. Andere manieren om studenten tijdens online contactmomenten actief te houden:

  • Betrek studenten door hen uit te nodigen om antwoord te geven.
  • Maak gebruik van een energizer en peil bij de studenten wat hun behoefte daarin is. Laat studenten eventueel zelf een energizer uitvoeren, maar maak dat niet onverwachts en/of verplicht.
  • Ben zichtbaar. Studenten vinden het prettig wanneer de docent de camera aan heeft staan. Maak er daarnaast een gewoonte van dat ook studenten hun camera aanzetten. Dit verhoogt aandacht, motivatie en betrokkenheid.
  • Ga regelmatig na in hoeverre er behoefte is aan pauze en kom aan deze behoefte tegemoet. Liever vaker een korte pauze dan minder vaak een lange pauze.
  • Ga regelmatig na of iedereen er nog is, bijblijft en de stof begrepen heeft. Laat studenten hierop reageren in de chat, bijvoorbeeld door middel van het ‘stop’ of ‘go’-systeem. Blijf niet te lang wachten als een aantal studenten niet reageren.
  • Laat reacties geven in de chat.
  • Maak gebruik van de “hand opsteek” functie.
  • Prikkel de nieuwsgierigheid van de student door hen hier actief naar te vragen. Focus het onderwijs niet alleen op de tentamens, maar ook op interesse van de student.
  • Motiveer studenten om zich in te zetten voor het onderwijs door gemaakte opdrachten mee te nemen in de aanwezigheidsregeling en/of het tentamencijfer.

5. Ben kort en krachtig en houd de vaart erin

Beroepstaakcoördinatoren geven aan dat het lastig is om studenten tijdens online contactmomenten voor lange tijd actief betrokken te houden. Studenten beamen dat het intensief is om lang via een beeldscherm geactiveerd te blijven. Volgens studenten zou afwisseling in werkvormen en het inkorten van de online contactmomenten soelaas bieden.

Hieraan zou tegemoet kunnen worden gekomen door de les plenair te starten, de studenten vervolgens zelfstandig een opdracht uit te laten voeren hen zelfstandig te laten voorbereiden en daarna relatief kort (maximaal 90 minuten) de opgedane kennis plenair te verwerken en na te bespreken. Daarbij vinden studenten het fijn wanneer niet de vooraf bepaalde lesduur, maar de behoefte van de student als leidend wordt genomen.

Studenten geven aan dat contactmomenten soms onnodig lang duren. In plaats daarvan kijken zij liever naar de behoeften die er zijn.

  • Beëindig de bijeenkomst zodra in deze behoeften is voorzien.
  • Houdt de vaart er tijdens online contactmomenten zo veel mogelijk in.
  • Wacht niet op antwoord maar geef studenten een beurt.
  • Bespreek de kern en sta niet te lang stil bij details.
  • Gebruik waar mogelijk een directieve stijl, in plaats van een coöperatieve stijl.
  • Beperk tot de kern; de aandacht neemt af naarmate de les langer duurt.

De ervaringen van de beroepstaakcoördinatoren sluiten hierbij aan.

  • Slank af tot de kern: wat is noodzakelijk om gestelde leerdoelen en -uitkomsten te behalen? Laat dit leidend zijn.
  • Onderscheid need-to-know (wat is nodig voor de toets) van nice-to-know. Plaats nice-to-know informatie bijvoorbeeld op OnderwijsOnline (universitair platform- red.) als aanvullend, extra-curriculair studiemateriaal.

Wat we nog meer kunnen doen om ons tot de kern te beperken en de vaart erin te houden:

  • Introduceer codewoorden, bijvoorbeeld ‘stop’ wanneer het te snel gaat, en ‘go’ wanneer er verder kan worden gegaan.
  • Voorbereidende opdracht geeft focus, maar alleen als hier vervolgens ook wat mee gedaan wordt gedurende de les.
  • Kennisclip vooraf met opdracht bespoedigt snelle start.

6. Maak kennisoverdracht tijd- en plaatsonafhankelijk

Beroepstaakcoördinatoren delen de ervaring dat online contactmomenten niet geschikt zijn om veelvuldig kennis te zenden. Bovendien stelt hybride leren het onderwijs in staat om kennisoverdracht op een andere, tijd- en plaatsonafhankelijke manier vorm te geven. Een veelgebruikt middel hierbij is de kennisclip. Kennisclips kunnen gemaakt worden met bijvoorbeeld Loom, Screencast-O-Matic en PowerPoint (‘diavoorstelling opnemen’). Het stelt studenten in staat om op zelfgekozen momenten en in eigen tempo te leren. De kennisclips kunnen bovendien veelvuldig worden gebruikt. Adviezen met betrekking tot kennisclips en andere manieren om kennisoverdracht tijd- en plaatsonafhankelijk te maken:

  • Ga na of er al kennisclips/video’s bestaan over het betreffende onderwerp. Wellicht is het ontwikkelen van een nieuwe kennisclip niet nodig. Ook kun je bij de ontwikkeling van een nieuwe clip wellicht gebruik maken van ander, bestaand materiaal.
  • Houd de clip kort, maximaal 10 15 minuten. Dit houdt de student betrokken en voorkomt dat zij gaan ‘doorspoelen’.
  • Zorg tussendoor voor actieve verwerking: stel in de video bijvoorbeeld vragen en vraag om de video te pauzeren om deze vragen te beantwoorden. Kom op een later moment met uitwerkingen van goede antwoorden, in de kennisclip of tijdens een volgend contactmoment. (Dit werkt niet. Studenten zetten de video niet op pauze, maar kijken gewoon door, aldus een aanvulling van twee betrokken studentes Channah & Eline.
  • Schrijf teksten uit. Zo voorkom je dat je opnieuw moet opnemen wanneer je niet uit je woorden mocht komen. Bovendien kun je de uitgeschreven teksten als notitie bijvoegen, voor studenten die liever lezen dan luisteren.
  • Refereer zo min mogelijk naar actualiteiten of tijden, zodat de kennisclips ook in volgende studiejaren goed bruikbaar blijft. Gebruik echter wel aansprekende voorbeelden, zodat de stof minder abstract wordt.
  • Geef bij het tonen van video’s een kijkopdracht mee en expliciteer het ‘kijkkader’: is het essentieel of aanvullend? Bij het tonen van video’s of stukken van documentaires is soms ook nazorg/-bespreking gewenst: maak hiervoor ruimte tijdens het contactmoment.
  • Kom tijdens de lessen áltijd terug op de kennis die de studenten in hun eigen tijd tot zich hebben genomen. Geef hier een korte samenvatting van en bied ruimte aan de studenten om vragen te stellen

7. Gebruik online contactmomenten voor interactieve kennisverwerking en kennistoepassing

Zodra het zenden van kennis tijd- en plaatsonafhankelijk plaatsvindt, kunnen de contactmomenten meer en meer worden benut voor (interactieve) kennisverwerking, kennistoepassing en/of coaching on the job. De coördinatoren geven aan dat het hierbij werkt om korte groepsopdrachten mee te geven. Zij gaan vervolgens bij de groepjes langs en/of laten de opdracht inleveren. Bij de opdrachten kan eventueel gebruik worden gemaakt om de kennisverwerking, kennistoepassing en de interactie te ondersteunen (e.g., Padlet, Whiteboard, Exittickets).

In de OWE Trainen is gewerkt met een logboek waarin de student de stappen om tot het product te komen uitwerkt. Deze stappen vormden de agenda voor contactmomenten, zoals coachsessies. Ook buiten deze sessies om werkten studenten verder aan de hand van het stappenplan. Zorg er echter voor dat studenten nog steeds iets uit de les kunnen halen wanneer zij de opdrachten in het logboek niet hebben gemaakt. De lessen moeten leidend zijn, het logboek moet puur ondersteunend gebruikt worden (toevoeging van studentes Channah & Eline). Overige geleerde lessen met betrekking tot het interactief inrichten van de contactmomenten t.b.v. kennisverwerking en kennistoepassing:

  • Houd motivatie en betrokkenheid van de studenten hoog door ze gerichte opdrachten te geven en ze deze ook in te laten leveren. Kom hier vervolgens ook op terug tijdens de les. Zorg voor een actieve nabespreking door het inzetten van vernieuwende werkvormen. Zo voorkom je dat de nabespreking saai wordt.

8. Controleer op begrip en monitor de voortgang van je studenten

Het controleren van begrip is een belangrijk onderdeel van een effectieve (online) les. Bij voorkeur vindt de controle tijdens de les plaats. Dit helpt de student preventief het lesdoel te behalen. Het maakt directe feedback mogelijk en fouten kunnen tijdig bijgesteld. Het controleren van begrip tijdens de les kan vorm krijgen door middel van het stellen van bijvoorbeeld vraag en antwoord.

Een aanvulling hierop kan in de vorm van een entreeticket en een exitticket. Aan de hand van een entreeticket kan onder andere de beginsituatie goed worden ingeschat. Aan de hand van het exitticket kan onder andere worden nagegaan waaraan in een volgende les nog aandacht moet worden besteed. Ook online kan op deze manier op begrip worden gecontroleerd en de voortgang van studenten worden  gemonitord. Andere mogelijkheden hiertoe zijn:

  • Een quiz om de voortgang te meten. Geef echter wel feedback en/of bespreek de quiz na.
  • Geef studenten een beurt en ga na of zij het hebben begrepen.
  • Richt touchpoints in en laat studenten de voortgang aan elkaar presenteren.
  • Laat feedback in de chat zetten
  • Gebruik de optie ‘hand omhoog steken’ om te checken of mensen een onderdeel hadden afgerond en/of begrepen. Controleer steekproefsgewijs of er inderdaad sprake is van begrip.
  • Vraag studenten tijdens het contactonderwijs om hun camera aan te zetten, zodat je ziet of ze bij de les zijn.
  • ‘Mastermindgroepjes’ van 4 à 5 studenten en een begeleider werken ook goed om te zien hoe studenten bezig waren;

9. Kies je werkvormen zorgvuldig

Voor de invulling online contactmomenten is het goed om de werkvormen zorgvuldig te kiezen. Discussies in grote groepen werken niet. Bij het houden van presentaties worden doorgaans niet de presentatievaardigheden ontwikkeld; studenten zijn geneigd om hun tekst voor te lezen.

Wissel af in werkvormen, maar bied tegelijkertijd structuur door over de weken heen dezelfde werkvormen in te zetten. Gebruik daarbij dezelfde ondersteunende middelen in, zoals Padlet, Whiteboard, Exittickets, et cetera. Het herhaaldelijk introduceren van nieuwe werkvormen en ondersteunende middelen, komt de leerprestatie niet ten goede. Denk dus vooraf na over welke vormen en middelen de leerdoelen en -uitkomsten het beste dienen en blijf zo veel mogelijk bij deze vormen en middelen. Hiermee wordt tevens bijgedragen aan de behoefte aan structuur, duidelijkheid en overzicht.

Creatieve werkvormen prikkelen de aandacht

Een enkel experiment met nieuwe werkvormen is wel toe te juichen, stellen twee studentes. Dit is immers de enige manier om nieuwe, effectieve werkvormen te ontdekken. Wees flexibel in het onderwijs en houd niet te veel vast aan structuur zodat er ingegaan kan worden op de behoefte van de student. Overige geleerde lessen met betrekking tot het kiezen van (online) werkvormen:

  • Creatieve werkvormen prikkelen studenten om hun aandacht bij de les te houden

10. Plan en organiseer het contactmoment weloverwogen

Wanneer het online contactmoment plaatsvindt en hoe het moment wordt ingericht, lijkt samen te hangen met de ervaren betrokkenheid, motivatie en leerprestatie van studenten. Zo geven coördinatoren en studenten aan dat tussenuren niet wenselijk zijn. Deze tussenuren ontstaan wanneer studenten op bijvoorbeeld themadagen én in de ochtend én in de middag een kortdurende plenaire bijeenkomst hebben. Hoewel het goed is om zorg te dragen voor voldoende pauzes, zijn dusdanig lange tussenpozen onwenselijk. Laat de online contactmomenten op een bepaalde dag dus zoveel mogelijk op elkaar aansluiten.

De inrichting van het (online) contactmoment is eveneens van belang. Maak het einde van het contactmoment relatief luchtig en behandel de belangrijkste thema’s in het begin van het contactmoment. Overige geleerde lessen met betrekking tot het plannen en organiseren van contactmomenten:

  • Bij kleine hoeveelheid mensen, noem de namen die je ziet verschijnen.

Wat bovendien onthouden en meegenomen moet worden

Vertrouwen in de student en in de samenwerking; alsmede experimenteer en leer van elkaar.

  • De meeste studenten lijken intrinsiek gemotiveerd om contactmomenten bij te wonen. Dit zou bijvoorbeeld afgeleid kunnen worden uit de ‘ontmoetingsuren’ bij Basiskennis Psychologie in de propedeutische fase. Dit zijn vrijblijvende, niet-verplichte contactmomenten waarin de stof wordt besproken en studenten de gelegenheid krijgen om vragen te stellen over de stof. Deze ontmoetingsuren worden bijgewoond door nagenoeg alle studenten.
  • Studenten ervaren online onderwijs als nuttig en efficiënt. Ook studenten die meer op afstand leken bij het afstuderen, komen juist wel naar de online momenten. De drempel lijkt daarmee voor sommigen juist lager.
  • Experimenteer; voor iedereen is het online onderwijs nieuw. Iedereen is daarom ‘zoekende’ in wat wel en niet werkt. Durf daarom te experimenteren met nieuwe (werk)vormen.Fouten maken is oké, daar leert iedereen van.
  • Leren van elkaar; vraag regelmatig om feedback bij zowel studenten als docenten. Op deze manier is het mogelijk om de effectiviteit van de (werk)vormen die ingezet worden te peilen.
  • Zie verbeterpunten niet als kritiek, maar als moment om te leren. Iedereen is er op gericht om het beste van het online onderwijs te maken. Daarin is begrip voor docenten volop aanwezig.

Samen vormgeven en schaven, interactief

Deze vormgeving van hybride onderwijs is idealiter een collegiaal proces. Door met elkaar in gesprek te gaan, uit te wisselen wat werkt en wat niet werkt, komen we samen verder. Zo komen we uiteindelijk in afstemming met elkaar tot afstemming over het hybride onderwijs.

Naarmate onze ervaring met online onderwijs toeneemt, zijn er ongetwijfeld nog meer lessen te trekken. Bovendien zijn de reeds getrokken lessen niet uitputtend beschreven en is aanvulling en concretisering mogelijk en gewenst.


Download

Evaluatierapportage Online onderwijs toegepaste psychologie/ samen leren van online leren.

Werkbestand Hybride leren: Toegepaste psychologie van de HAN

Meer Lezen

De Open Universiteit over online didactiek met een uitgebreid deelmenu op specifiek thema’s

Posted by Redactie Onderwijscommunity