SPOTLIGHT // Het “rimpeleffect” zorgt er voor dat inspanningen om een klaslokaal te ‘managen’ averechts kunnen werken. Je kunt verstoringen beter voor zijn.

In de jaren vijftig ontdekten psychologen Jacob Kounin en Paul Gump een merkwaardige bijwerking van discipline: als een student disruptief was en de leraar reageerde met strikte disciplinaire maatregelen, dan stopt het betreffende gedrag van de leerling wellicht, maar andere leerlingen zouden hetzelfde  ongewenste gedrag gaan vertonen.

Kounin en Gump noemden dit het “rimpeleffect” en het toonde aan dat inspanningen om een klaslokaal te ‘managen’ averechts kunnen werken.

“De leraar die geïnteresseerd is in het beheersen van rimpeleffecten kan dit over het algemeen het beste doen door het kind duidelijke instructies te geven in plaats van druk op hem uit te oefenen”

aldus Kounin en Gump.

Tientallen jaren later is klassemanagement nog steeds een lastige kwestie voor veel leraren. Bijna de helft van de nieuwe leraren geeft in Amerikaans onderzoek aan dat ze zich “helemaal niet voorbereid” of “slechts enigszins voorbereid” voelen om disruptieve studenten te behandelen, deels omdat het gemiddelde lerarenopleidingsprogramma (in Amerika) slechts acht uur besteedt aan het onderwerp, volgens een rapport uit 2014 van de National Council on Teacher Quality. Dit gebrek aan training brengt kosten met zich mee, omdat leraren melden gemiddeld 144 minuten instructietijd per week te verliezen aan gedragsverstoringen, wat uitkomt op ongeveer drie weken in de loop van een jaar.

144 minuten op een week verloren door gedragsverstoring

Recent onderzoek bevestigt wat Kounin en Gump decennia geleden ontdekten. Een onderzoek uit 2016 wees uit dat hoewel negatieve aandacht – terechtwijzingen zoals “stop met kletsen!” – ongewenst gedrag tijdelijk kan stoppen, er uiteindelijk meer kans was op verstorend gedrag in het klaslokaal. Leerlingen in de studie voelden zich niet betrokken, hadden moeite zich te concentreren en waren niet in staat om hun gedachten en emoties effectief te reguleren – een vicieuze cirkel die ‘feitelijk ongepast gedrag van studenten versterkt’, verklaren de studie-auteurs.

8 PROACTIEVE STRATEGIEËN VOOR KLASSEMANAGEMEN

In plaats van verstoringen te verwerken nadat ze zich hebben voorgedaan, kan het effectiever zijn om omstandigheden te creëren waarin ze minder snel voorkomen. Hier zijn acht klassemanagementstrategieën die leerkrachten hebben gedeeld met de website Edutopia, allemaal ondersteund door onderzoek.

1. Begroet studenten bij de deur

In een studie die vorig jaar werd gepubliceerd, hielp het leraren de leerling aan de deur te begroeten. Zodoende gaven ze de rest van de dag een positieve toon mee;  de academische betrokkenheid nam met 20 procentpunten toe en het storende gedrag verminderde met 9 procentpunten – ongeveer een uur engagement gedurende de  schooldag.

2. Relaties tot stand brengen, onderhouden en herstellen

Relaties met leerlingen opbouwen door strategieën zoals ze aan de deur begroeten is een goed begin. Strategieën voor het aangaan, onderhouden en herstellen van relaties – zoals regelmatige check-ins en het focussen op oplossingen in plaats van problemen – kunnen verstoringen tot 75 procent verminderen.

3. Gebruik herinneringen en aanwijzingen

Herinneringen zijn meestal verbaal, maar kunnen ook visueel zijn (de lichten flikkeren om aan te geven dat het tijd is om stil te zijn), auditief (een belletje rinkelen om studenten te laten weten dat ze op de leraar moeten letten), of fysiek (met een handsignaal om studenten te laten weten dat ze weer op hun plaats moeten gaan zitten).

4. Optimaliseer zitplaatsen in de klas

Wanneer studenten hun eigen zitplaats kiezen, is de kans drie keer groter dat ze (ver)storend gedrag vertonen dan wanneer zitplaatsen worden toegewezen. Ze kiezen tenslotte waarschijnlijk een plek naast hun vrienden en besteden meer tijd aan kletsen met elkaar.

5. Geef gedragsspecifieke complimenten

Het kan contra-intuïtief lijken, maar positief gedrag erkennen en kleine verstoringen negeren kan effectiever zijn dan studenten straffen of disciplineren. In plaats van te concentreren op specifieke leerlingen, kan je beter waardering uitspreken voor gedrag dat je wilt versterken.

6. Spreek duidelijke verwachtingen uit

In plaats van alleen regels voor gedrag weer te geven, bespreek je met je leerlingen ook waarom die regels ertoe doen.

7. Houd actief toezicht

Uit een onderzoek uit 2017 bleek dat de non-verbale signalen van een leraar – zoals glimlachen en oogcontact maken – de “fysieke en / of psychologische afstand” met hun leerlingen kunnen verminderen, waardoor de positieve gevoelens van de student tegenover de leraar en het cursusmateriaal worden gestimuleerd en het gedrag wordt verbeterd.

8. Wees consequent in het toepassen van regels

De verwachtingen, regels en routines van school en klas moeten worden gevolgd en eerlijk worden toegepast op alle studenten. Sluit bepaalde leerlingen niet uit – het is het gedrag waarop je je moet concentreren, niet de individuele leerling. Corrigeer fouten wanneer je ze ziet en geef aanvullende instructies wanneer zich ongewenst gedrag voordoet.


Dit artikel is overgenomen van Edutopia

Posted by Redactie