Pas op – kind in de knel

Wetenschappelijke onderzoeken wijzen telkens uit: Psychotrauma komt veel vaker voor dan er lange tijd gedacht werd. Prof. dr. Frits Boer, emeritus-hoogleraar kinder- en jeugdpsychiatrie, die het voorwoord voor ‘De traumasensitieve school’ schreef, bevestigt: in elke klas zit gemiddeld één getraumatiseerd kind. Een schatting die wellicht nog aan de lage kant is. Helemaal als we inzien dat traumatische situaties ook in gradaties te bezien zijn.

Traumaradar, de signalen

Als iemand een gebeurtenis meemaakt die zeer ingrijpend is, noemen we dat een ACE (Adverse Childhood Experience). Daarbij kun je aan allerlei gebeurtenissen denken: van langdurige ziekenhuisopname tot kindermishandeling. Als zo’n gebeurtenis te overweldigend is, kan het een trauma worden: een wond in je psyche. Kort gezegd kunnen kinderen problemen ontwikkelen op het gebied van zelfregulatie (emotieregulatie, impulsbeheersing), aandacht, aangaan en onderhouden van relaties, overtuigingen over henzelf, anderen en de wereld om hen heen. Deze leerlingen blijven moeilijker bij de les en vertonen vaak ‘probleemgedrag’. Ze zijn druk, ongeconcentreerd en vaak snel boos. Belonen en straffen lijken niets uit te halen.

Altijd op hun hoede

Er zijn kinderen die eenmalig een traumatische gebeurtenis meemaken. Zij hebben een enkelvoudig trauma of type 1 trauma. In het licht van dit artikel moet je echter vooral denken aan complex trauma of type 2 trauma. Kinderen die eigenlijk lijden aan vroeg-kinderlijk chronisch trauma.[1] Zij ontwikkelen een dergelijk trauma doordat ze herhaaldelijk ingrijpende gebeurtenissen hebben meegemaakt of nog meemaken. Daarbij vindt die gebeurtenis vaak plaats door een hechtingsfiguur. Een ongemakkelijk besef vind ik dat altijd.

Impact tot in volgende generatie

Het niet erkennen en benoemen van verwaarlozing, mishandeling of misbruik leidt tot een trauma dat impact kan hebben op de volgende generatie.[2] De ontwikkeling op het kinderbrein is enorm.[3] Het laatste decennium is dat steeds vaker vastgesteld. Wetenschappers als Van der Kolk[4] en Perry[5], hebben en de invloed van psychotrauma op het gedrag van kinderen en jongeren uitgebreid onderzocht. Hun brein is letterlijk anders ontwikkeld. Het is ‘wired for danger.’ Helaas zie je dat terug in de klas. Daarover vertel ik meer in mijn boek De traumasensitieve school. Eén ding kan ik daar nog wel over zeggen: onze ‘gewone‘ manier van belonen en straffen helpt niet bij deze kinderen en jongeren, net zo min als schorsen of verwijderen van school.

De leerkracht kan het verschil maken. Veel kinderen hebben niemand anders. Kijk niet weg.

Het meest belangrijke en ook het meest lastige is dat kinderen en jongeren met psychotrauma een kalme volwassene nodig hebben. Leony Coppens noemde dat ‘de leerkracht als co-regulator.[6]’ Ik denk dat zij dat prima verwoordde: deze kinderen en jongeren hebben een volwassene nodig om te kunnen kalmeren als zij ‘in staat van alarm’ zijn bij vermeend gevaar, dat er in de klas meestal niet is.

Kijk achter het gedrag

Uit interviews die ik voor mijn boek gehouden heb met jongeren die in hun jeugd moeilijke tijden doormaakten blijkt elke keer hetzelfde: zij wilden dat er een volwassene/ leerkracht was geweest, die echt had gevraagd hoe het met ze ging. Die hen echt ‘zag.’ In feite is een traumasensitieve aanpak goed voor alle kinderen en jongeren. Het is ook niet een geheel nieuwe aanpak of een bepaald format. Belangrijk is te kijken achter het gedrag dat deze kinderen en jongeren soms laten zien. Een open houding van de leraar, die niet vraagt ‘Waarom doe je dat?’, maar die oprecht belangstellend vraagt, ‘Wat gebeurde er?’ Het is een aanpak waarbij je je eerste, oordelende reactie opzij moet zetten. Dat is hartstikke moeilijk. Een leerling die je voor van alles uitmaakt, die geen contact lijkt te willen, positief blijven benaderen: ga er maar aanstaan.

Je zegt wat je doet en je doet wat je zegt

Als mensen zich de jongeren uit het programma Dreamschool voor de geest kunnen halen, hebben ze een beetje een idee van welk gedrag je soms kunt zien. De leraar moet voortdurend beseffen dat dit gedrag voor die kinderen een functie heeft. Hoe het dan ook op ons overkomt. Het is in feite hun normale reactie op de abnormale omstandigheden die ze hebben meegemaakt of nog meemaken. Ik noemde al de kalme volwassene die echt in gesprek gaat met deze kinderen en jongeren. Je kunt verder ook denken aan zeer voorspelbaar zijn:  De schooldag of je lesverloop zichtbaar voorspelbaar maken helpt. Vertellen wat er verwacht wordt en wat er komt, helpt hen kalmeren.

Onduidelijkheid is per definitie onveilig voor een getraumatiseerd brein. Deze kinderen komen immers uit een situatie waarbij juist die onvoorspelbaarheid zorgde voor spanning. Je wist nooit wanneer de ellende zou beginnen, alleen dát de ellende zou beginnen. Het kan daarom lonen om overgangsmomenten tussen lessen meer te structureren. Maak bijvoorbeeld de tijden inzichtelijk en geef deze aan. Vertel wat er ná de overgang komt of wat er verwacht wordt.

Kind kiest zijn gedrag niet

Je ziet dat het in hele kleine zaken zit. Juist deze kleine hulpmiddelen zijn van het grootste belang en verdienen de aandacht. Het is ook goed om te beseffen dat de invloed van trauma zich niet alleen uitstrekt tot het gedrag. Ook het leren kan er significant door gehinderd worden.[7] De constante stress heeft invloed op onder andere werkgeheugen en concentratie. Bovendien hebben veel getraumatiseerde kinderen moeite met oorzaak gevolg denken. Het meest belangrijkste is dat we de volgens mij heersende algemene gedachte dat het kind ‘kiest’ voor bepaald gedrag overboord moeten gooien.[8] Het kind kiest niet. Het brein van het kind staat in overlevingsstand. Daarbij hoort niet rekening houden met anderen, daarbij hoort ook niet logisch nadenken en plannen van je handelingen. De toekomst bestaat uit de volgende 15 seconden. Het brein denkt dat je moet overleven en handelt dienovereenkomstig.

Hoe stel je je grenzen?

Dat gezegd hebbende: het betekent allerminst een pleidooi om elk gedrag goed te vinden. Juist getraumatiseerde kinderen en jongeren hebben iemand nodig die grenzen stelt. Over de manier waarop je dat doet, moet je zorgvuldig nadenken. Als laatste misschien het volgende ter overdenking: In de VS, Canada en Australië zijn schoolbesturen, overheden en leraren al meer dan tien jaar bezig met het opzetten van trauma-informed schools. Het is daar al heel gewoon. In ons land staat dit concept nog in babyschoenen, niet eens kinderschoenen. Leony Coppens gaf er in 2015 een aanzet toe. Door haar geïnspireerd wil ik er graag proberen een vervolg aan te geven.

 


Door Anton Horeweg, leerkracht, gedragsspecialist (Master SEN), auteur ‘De traumasensitieve school’.

Noten:
[1] Lindauer & Boer, (2013).
[2] Steketee, (2017).
[3] Perry, (1996).
[4] Van der Kolk, (2016).
[5] Perry, & Szalavitz, (2016)                                                                                                                                                                                        [6] Coppens, e.a. (2015)
[7] Perry, (2016)
[8] Horeweg, A. (2019)
Literatuur:

Coppens, Schneijderberg & van Kregten (2015). Lesgeven aan getraumatiseerde kinderen. Een
praktisch handboek voor het basisonderwijs. Amsterdam: SWP.

Horeweg, A. (2018). 3 de druk 2019. De traumasensitieve school. Anders kijken naar gedrag. Tielt:
Lannoocampus.

Kolk, B. van der (2016). Traumasporen. Het herstel van lichaam, brein en geest na overweldigende
ervaringen. Uitgeverij Mens!

Lindauer, R. Boer, F (2013). Trauma bij kinderen. Houten: Lannoocampus.

Perry, B. D. (1996). Maltreated Children: Experience, Brain Development and the Next Generation.
New York: W.W. Norton & Company.

Perry, B. & Szalavitz, M. (2016). De jongen die opgroeide als hond. Amsterdam: Scriptum.

Perry, B. D. (2016) The Brain Science Behind Student Trauma. Stress and Trauma inhibit Students’Ability to Learn. Education Week. 36 (15), 28.

Steketee, M. (2017) De olifant in de (kinder)kamer Intergenerationele overdracht van geweld in
gezinnen: hoe doorbreken we de cirkel? Jonker-Verwey instituut.

 

Posted by Anton Horeweg